Leer in deze les de Duitse verlengde tegenwoordige tijd met nuttige woorden over kamer- en tuinplanten zoals der Kaktus (de cactus), die Rose (de roos) en das Gänseblümchen (het madeliefje). Oefen zinnen als 'Ich gieße gerade die Zimmerpflanzen' en ontdek hoe je planten verzorgt en benoemt.
Woordenschat (20) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Sorteer de woorden correct in de categorieën „Kamerplanten“ en „Tuinplanten“.
Zimmerpflanzen
Gartenpflanzen
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Der Samen
De zaad
2
Das Gras
Het gras
3
Die Rose
De roos
4
Die Erde
De aarde
5
Die Blume
De bloem
Übung 5: Gespreksoefening
Anleitung:
- Zeg wat je in de tuin kunt zien. (Zeg wat je in de tuin kunt zien.)
- Beschrijf je eigen of je ideale tuin. (Beschrijf je eigen of je ideale tuin.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Im Garten gibt es violette Blumen. Er zijn paarse bloemen in de tuin. |
Es gibt einen großen alten Baum. Er is een grote oude boom. |
Ich habe gelbe und pinke Blumen in meinem Garten. Ik heb gele en roze bloemen in mijn tuin. |
Ich habe eine Schaukel in meinem Garten für meine Kinder. Ik heb een schommel in mijn tuin voor mijn kinderen. |
Ich habe keine Kakteen in meinem Garten. Ik heb geen cactussen in mijn tuin. |
Ich gieße meine Pflanzen alle 3 Tage. Ik water mijn planten elke 3 dagen. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ich _____ gerade den Kaktus in meinem Wohnzimmer.
(Ik _____ net de cactus in mijn woonkamer.)2. Der Gärtner _____ gerade auf der Schaukel im Garten.
(De tuinman _____ net op de schommel in de tuin.)3. Wir _____ dabei, die Blumen im Garten zu pflanzen.
(Wij _____ bezig de bloemen in de tuin te planten.)4. Sie _____ gerade die Pflanzen auf dem Balkon.
(Ze _____ net de planten op het balkon.)Oefening 8: Kamerplanten en tuinplanten: Ons tuinproject
Instructie:
Werkwoordschema's
Gießen - Gieten
Präsens
- ich gieße
- du gießt
- er/sie/es gießt
- wir gießen
- ihr gießt
- sie/Sie gießen
Sitzen - Zitten
Präsens
- ich sitze
- du sitzt
- er/sie/es sitzt
- wir sitzen
- ihr sitzt
- sie/Sie sitzen
Pflanzen - Planten
Präsens
- ich pflanze
- du pflanzt
- er/sie/es pflanzt
- wir pflanzen
- ihr pflanzt
- sie/Sie pflanzen
Sein - Zijn
Präsens
- ich bin
- du bist
- er/sie/es ist
- wir sind
- ihr seid
- sie/Sie sind
Oefening 9: DIe Verlaufsform im Präsens
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De onvoltooid tegenwoordige tijd
Toon vertaling Toon antwoordensind dabei, gerade, bin dabei
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Pflanzen planten Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) pflanze | ik plant |
(du) pflanzt | jij plant |
(er/sie/es) pflanzt | hij/zij/het plant |
(wir) pflanzen | wij planten |
(ihr) pflanzt | jullie planten |
(sie) pflanzen | zij planten |
Sitzen zitten Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
ich sitze | ik zit |
du sitzt | jij zit |
er/sie/es sitzt | hij/zij/het zit |
wir sitzen | wij zitten |
ihr sitzt | jullie zitten |
sie sitzen | zij zitten |
Gießen gieten Delen Gekopieerd!
Präsens
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) gieße/gieß | ik giet/giet |
(du) gießt | jij giet |
(er/sie/es) gießt | hij/zij/het giet |
(wir) gießen | wij gieten |
(ihr) gießt | jullie gieten |
(sie) gießen | zij gieten |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: Hauspflanzen und Gartenpflanzen – de tegenwoordige tijd en verlaufsform
In deze les duiken we in het gebruik van de verlaufsform (de vorm om aan te geven dat een handeling nu aan de gang is) in de tegenwoordige tijd. De context is praktisch: het verzorgen van kamerplanten en tuinplanten. Door middel van voorbeelden en dialogen leer je hoe je in het Duits handelingen beschrijft die op dit moment plaatsvinden.
Wat leer je in deze les?
- Verlaufsform in de Präsens: uitdrukking van handelingen die nu bezig zijn, bijvoorbeeld: Ich gieße gerade die Zimmerpflanzen im Wohnzimmer.
- Veelvoorkomende werkwoorden rond planten en tuinieren: wie gießen, pflanzen, pflegen, wachsen, schneiden.
- Naamwoorden voor planten: onderscheid tussen Zimmerpflanzen (kamerplanten) en Gartenpflanzen (tuinplanten), zoals der Kaktus, die Rose, die Tulpe, der Baum.
- Praktische dialogen: gesprekken over plantenverzorging in het huis, de tuin en het tuincentrum.
Voorbeelden van zinnen
Hier een paar voorbeeldzinnen die de verlaufsform goed weergeven:
- Ich gieße gerade die Blumen im Wohnzimmer.
- Bist du dabei, die Rose im Garten zu pflanzen?
- Der Gärtner pflegt gerade den Baum im Park.
- Wir sind dabei, das Gras im Garten zu schneiden.
Indeling van relevante woorden
Je leert de volgende woorden in twee categorieën:
- Zimmerpflanzen: der Kaktus, die Pflanze, das Blatt, gießen, die Erde
- Gartenpflanzen: die Rose, das Gänseblümchen, der Baum, der Samen, die Tulpe
Belangrijk verschil tussen Nederlands en Duits
In het Duits wordt de verlaufsform vaak gevormd met zinnen als Ich gieße gerade... of Ich bin dabei, ... zu ... om aan te geven dat iets momenteel gebeurt, terwijl het Nederlands meestal simpel de tegenwoordige tijd gebruikt, zoals Ik giet net de planten. Er is geen specifieke vorm zoals het Engelse "-ing". Voorbeelden zijn:
- Duits: Ich gieße gerade die Blumen.
- Nederlands: Ik ben (net) de bloemen aan het gieten. of gewoon Ik giet de bloemen.
Daarnaast is het woord Pflanze in het Duits algemeen voor plant, maar in het Nederlands maken we duidelijk onderscheid tussen kamerplant en tuinplant. Dit verschil komt ook terug in de woordenschat van deze les.
Nuttige uitdrukkingen en woorden
- gießen – water geven (planten water geven)
- pflanzen – planten (b.v. bloemen planten)
- pflegen – verzorgen
- gerade – juist nu / op dit moment
- dabei sein, etwas zu tun – bezig zijn iets te doen
- Zimmerpflanze – kamerplant
- Gartenpflanze – tuinplant