Schmecken (smaken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van schmecken (smaken) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Schmecken (smaken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A1

Module 4: Objekte und Personen beschreiben (Objecten en mensen beschrijven)

Les 26: Sinne und Wahrnehmung (Zintuigen en waarnemen)

Infinitiv Partizip
Schmecken (smaken) geschmeckt (gesmaakt)

Werkwoordstijden

Indikativ

Präsens 

Duits Nederlands
schmeckt hij/zij/het smaakt

Präteritum 

Duits Nederlands
schmeckte hij/sie/het smaakte

Perfekt 

Duits Nederlands
er/sie/es hat geschmeckt hij/zij/het heeft gesmaakt

Plusquamperfekt 

Duits Nederlands
hatte geschmeckt hij/zij/het had gesmaakt

Futur I 

Duits Nederlands
wird schmecken hij/zij/het zal smaken

Futur II 

Duits Nederlands
er/sie/es wird geschmeckt haben hij/zij/het zal gesmaakt hebben

Konjunktiv II

Konjunktiv II Präsens 

Duits Nederlands
schmeckte hij/zij/het zou smaken

Konjunktiv II Vergangenheit 

Duits Nederlands
hätte geschmeckt hij zou gesmaakt hebben

Imperativ

Imperativ 

Duits Nederlands