Schmecken (smaken)

Vervoeging van schmecken (smaken) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

Schmecken (smaken)

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Categorie: a1

Module 4: Objekte und Personen beschreiben (Objecten en mensen beschrijven)

Les 26: Sinne und Wahrnehmung (Zintuigen en waarnemen)

Infinitiv Partizip
Schmecken (smaken) geschmeckt (gesmaakt)

Werkwoordstijden

Indikativ

Präsens 

schmeckt

Präteritum 

schmeckte

Perfekt 

er/sie/es hat geschmeckt

Plusquamperfekt 

hatte geschmeckt

Futur I 

wird schmecken

Futur II 

er/sie/es wird geschmeckt haben

Konjunktiv II

Konjunktiv II Präsens 

schmeckte

Konjunktiv II Vergangenheit 

hätte geschmeckt

Imperativ

Imperativ