Unterschreiben (ondertekenen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van unterschreiben (ondertekenen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Unterschreiben (ondertekenen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A1

Module 5: Zu Hause (Thuis)

Les 35: Wohnen und Unterbringung (Huisvesting en accommodatie)

Infinitiv Partizip
Unterschreiben (ondertekenen) unterschrieben (ondertekend)

Werkwoordstijden

Indikativ

Präsens 

Duits Nederlands
(ich) unterschreibe ik onderteken
(du) unterschreibst jij ondertekent
(er/sie/es) unterschreibt hij/zij/het ondertekent
(wir) unterschreiben wij ondertekenen
(ihr) unterschreibt jullie ondertekenen
(sie) unterschreiben zij ondertekenen

Präteritum 

Duits Nederlands
(ich) unterschrieb ik ondertekende
(du) unterschriebst jij ondertekende
(er/sie/es) unterschrieb hij/zij/het ondertekende
(wir) unterschrieben wij ondertekenden
(ihr) unterschriebt jullie ondertekenden
(sie) unterschrieben zij ondertekenden

Perfekt 

Duits Nederlands
ich habe unterschrieben ik heb ondertekend
du hast unterschrieben jij hebt ondertekend
er/sie/es hat unterschrieben hij/zij/het heeft ondertekend
wir haben unterschrieben wij hebben ondertekend
ihr habt unterschrieben jullie hebben ondertekend
sie haben unterschrieben zij hebben ondertekend

Plusquamperfekt 

Duits Nederlands
(ich) hatte unterschrieben ik had ondertekend
(du) hattest unterschrieben jij had ondertekend
(er/sie/es) hatte unterschrieben hij/zij/het had ondertekend
(wir) hatten unterschrieben wij hadden ondertekend
(ihr) hattet unterschrieben jullie hadden ondertekend
(sie) hatten unterschrieben zij hadden ondertekend

Futur I 

Duits Nederlands
(ich) werde unterschreiben ik zal ondertekenen
(du) wirst unterschreiben jij zult ondertekenen
(er/sie/es) wird unterschreiben hij/zij/het zal ondertekenen
(wir) werden unterschreiben wij zullen ondertekenen
(ihr) werdet unterschreiben jullie zullen ondertekenen
(sie) werden unterschreiben zij zullen ondertekenen

Futur II 

Duits Nederlands
ich werde unterschrieben haben ik zal hebben ondertekend
du wirst unterschrieben haben jij zult ondertekend hebben
er/sie/es wird unterschrieben haben hij/zij/het zal hebben ondertekend
wir werden unterschrieben haben wij zullen ondertekend hebben
ihr werdet unterschrieben haben jullie zullen ondertekend hebben
sie werden unterschrieben haben zij zullen hebben ondertekend

Konjunktiv II

Konjunktiv II Präsens 

Duits Nederlands
(ich) unterschriebe ik zou ondertekenen
(du) unterschriebst jij zou ondertekenen
(er/sie/es) unterschriebe hij/zij/het zou ondertekenen
(wir) unterschrieben wij zouden ondertekenen
(ihr) unterschriebet jullie zouden ondertekenen
(sie) unterschrieben zij zouden ondertekenen

Konjunktiv II Vergangenheit 

Duits Nederlands
(ich) hätte unterschrieben ik zou hebben ondertekend
(du) hättest unterschrieben jij zou hebben ondertekend
(er/sie/es) hätte unterschrieben hij/zij/het zou hebben ondertekend
(wir) hätten unterschrieben wij zouden hebben ondertekend
(ihr) hättet unterschrieben jullie zouden ondertekend hebben
(sie) hätten unterschrieben zij zouden hebben ondertekend

Imperativ

Imperativ 

Duits Nederlands
Unterschreibe! Onderteken!