Unterschreiben (ondertekenen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Delen
Gekopieerd!
Vervoeging van unterschreiben (ondertekenen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Infinitiv |
Partizip |
Unterschreiben
(ondertekenen)
|
unterschrieben
(ondertekend)
|
Werkwoordstijden
Indikativ
Präsens
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) unterschreibe |
ik onderteken |
(du) unterschreibst |
jij ondertekent |
(er/sie/es) unterschreibt |
hij/zij/het ondertekent |
(wir) unterschreiben |
wij ondertekenen |
(ihr) unterschreibt |
jullie ondertekenen |
(sie) unterschreiben |
zij ondertekenen |
|
Präteritum
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) unterschrieb |
ik ondertekende |
(du) unterschriebst |
jij ondertekende |
(er/sie/es) unterschrieb |
hij/zij/het ondertekende |
(wir) unterschrieben |
wij ondertekenden |
(ihr) unterschriebt |
jullie ondertekenden |
(sie) unterschrieben |
zij ondertekenden |
|
Perfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich habe unterschrieben |
ik heb ondertekend |
du hast unterschrieben |
jij hebt ondertekend |
er/sie/es hat unterschrieben |
hij/zij/het heeft ondertekend |
wir haben unterschrieben |
wij hebben ondertekend |
ihr habt unterschrieben |
jullie hebben ondertekend |
sie haben unterschrieben |
zij hebben ondertekend |
|
Plusquamperfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) hatte unterschrieben |
ik had ondertekend |
(du) hattest unterschrieben |
jij had ondertekend |
(er/sie/es) hatte unterschrieben |
hij/zij/het had ondertekend |
(wir) hatten unterschrieben |
wij hadden ondertekend |
(ihr) hattet unterschrieben |
jullie hadden ondertekend |
(sie) hatten unterschrieben |
zij hadden ondertekend |
|
Futur I
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) werde unterschreiben |
ik zal ondertekenen |
(du) wirst unterschreiben |
jij zult ondertekenen |
(er/sie/es) wird unterschreiben |
hij/zij/het zal ondertekenen |
(wir) werden unterschreiben |
wij zullen ondertekenen |
(ihr) werdet unterschreiben |
jullie zullen ondertekenen |
(sie) werden unterschreiben |
zij zullen ondertekenen |
|
Futur II
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich werde unterschrieben haben |
ik zal hebben ondertekend |
du wirst unterschrieben haben |
jij zult ondertekend hebben |
er/sie/es wird unterschrieben haben |
hij/zij/het zal hebben ondertekend |
wir werden unterschrieben haben |
wij zullen ondertekend hebben |
ihr werdet unterschrieben haben |
jullie zullen ondertekend hebben |
sie werden unterschrieben haben |
zij zullen hebben ondertekend |
|
Konjunktiv II
Konjunktiv II Präsens
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) unterschriebe |
ik zou ondertekenen |
(du) unterschriebst |
jij zou ondertekenen |
(er/sie/es) unterschriebe |
hij/zij/het zou ondertekenen |
(wir) unterschrieben |
wij zouden ondertekenen |
(ihr) unterschriebet |
jullie zouden ondertekenen |
(sie) unterschrieben |
zij zouden ondertekenen |
|
Konjunktiv II Vergangenheit
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) hätte unterschrieben |
ik zou hebben ondertekend |
(du) hättest unterschrieben |
jij zou hebben ondertekend |
(er/sie/es) hätte unterschrieben |
hij/zij/het zou hebben ondertekend |
(wir) hätten unterschrieben |
wij zouden hebben ondertekend |
(ihr) hättet unterschrieben |
jullie zouden ondertekend hebben |
(sie) hätten unterschrieben |
zij zouden hebben ondertekend |
|
Imperativ