Vorbeikommen (langskomen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Delen
Gekopieerd!
Vervoeging van vorbeikommen (langskomen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Infinitiv |
Partizip |
Vorbeikommen
(Langskomen)
|
vorbeigekommen
(langskomen)
|
Werkwoordstijden
Indikativ
Präsens
Delen
Gekopieerd!
|
Präteritum
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) kam vorbei |
ik kwam langs |
(du) kamst vorbei |
jij kwam langs |
(er/sie/es) kam vorbei |
hij/zij/het kwam langs |
(wir) kamen vorbei |
wij kwamen langs |
(ihr) kamt vorbei |
jullie kwamen langs |
(sie) kamen vorbei |
zij kwamen langs |
|
Perfekt
Delen
Gekopieerd!
|
Plusquamperfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich war vorbeigekommen |
ik was langsgekomen |
du warst vorbeigekommen |
jij was langsgekomen |
er/sie/es war vorbeigekommen |
hij/zij/het was langsgekomen |
wir waren vorbeigekommen |
wij waren langsgekomen |
ihr wart vorbeigekommen |
jullie waren langsgekomen |
sie waren vorbeigekommen |
zij waren langskomen |
|
Futur I
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich werde vorbeikommen |
ik zal langskomen |
du wirst vorbeikommen |
jij zult langskomen |
er/sie/es wird vorbeikommen |
hij/zij/het zal langskomen |
wir werden vorbeikommen |
wij zullen langskomen |
ihr werdet vorbeikommen |
jullie zullen langskomen |
sie werden vorbeikommen |
zij zullen langskomen |
|
Futur II
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich werde vorbeigekommen sein |
ik zal langsgekomen zijn |
du wirst vorbeigekommen sein |
jij zult zijn langsgekomen |
er/sie/es wird vorbeigekommen sein |
hij/zij/het zal langsgekomen zijn |
wir werden vorbeigekommen sein |
wij zullen zijn langsgekomen |
ihr werdet vorbeigekommen sein |
jullie zullen zijn langsgekomen |
sie werden vorbeigekommen sein |
zij zullen zijn langsgekomen |
|
Konjunktiv II
Konjunktiv II Präsens
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) käme vorbei |
ik zou langskomen |
(du) kämest/kämst vorbei |
jij zou langskomen |
(er/sie/es) käme vorbei |
hij zou langskomen |
(wir) kämen vorbei |
wij zouden langskomen |
(ihr) käm(e)t vorbei |
jullie zouden langskomen |
(sie) kämen vorbei |
zij zouden langskomen |
|
Konjunktiv II Vergangenheit
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich wäre vorbeigekommen |
ik zou langsgekomen zijn |
du wärst vorbeigekommen |
jij zou langskomen |
er/sie/es wäre vorbeigekommen |
hij/zij/het zou langskomen |
wir wären vorbeigekommen |
wij zouden langskomen |
ihr wärt vorbeigekommen |
jullie zouden langskomen |
sie wären vorbeigekommen |
zij zouden zijn langsgekomen |
|
Imperativ