A2.17: Vrienden bezoeken

Freunde besuchen

Leer in deze les hoe je Freunde zu Hause einlädst, ein Abendessen organisiert en eine Spiele- oder Filmnacht plant met handige woorden zoals einladen, bestätigen, kochen en gestalten. Oefen de dagelijkse uitdrukkingen die je nodig hebt voor sociale bijeenkomsten en gastvrijheid in het Duits.

Woordenschat (11)

 Der Gast: De gast (Duits)

Der Gast

Show

De gast Show

 Das Brettspiel: Het bordspel (Duits)

Das Brettspiel

Show

Het bordspel Show

 Karten spielen: kaarten spelen (Duits)

Karten spielen

Show

Kaarten spelen Show

 Das Geschirr: Het servies (Duits)

Das Geschirr

Show

Het servies Show

 Der Spaß: Het plezier (Duits)

Der Spaß

Show

Het plezier Show

 Der Blumenstrauß: De bos bloemen (Duits)

Der Blumenstrauß

Show

De bos bloemen Show

 Das Abendessen: het avondeten (Duits)

Das Abendessen

Show

Het avondeten Show

 Schenken (schenken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Schenken

Show

Geven Show

 Aufräumen (opruimen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Aufräumen

Show

Opruimen Show

 Sich unterhalten (praten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Sich unterhalten

Show

Praten Show

 Vorbeikommen (langskomen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vorbeikommen

Show

Langskomen Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Übung 1: Gespreksoefening

Anleitung:

  1. Zie je je vrienden vaak? Wat voor activiteiten doe je graag samen? (Zie je je vrienden vaak? Welke activiteiten doe je graag samen?)
  2. Heb je liever feestjes of een bordspelavond samen? (Heb je liever feestjes of een bordspelavond samen?)
  3. Ben je ooit op reis geweest met je vrienden? Vertel ons erover! (Ben je ooit op reis geweest met je vrienden? Vertel ons erover!)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Ich treffe meine Freunde jede Woche. Wir treffen uns normalerweise auf einen Kaffee und reden.

Ik zie mijn vrienden elke week. Meestal ontmoeten we elkaar voor koffie en praten we.

Ich treffe meine Freunde nur ein- oder zweimal im Monat. Dann essen wir normalerweise zusammen zu Abend und spielen Spiele.

Ik zie mijn vrienden maar één of twee keer per maand. Dan gaan we meestal uit eten en spelen we samen spelletjes.

Ich gehe lieber aus, wenn ich meine Freunde treffe.

Ik ga liever uit als ik mijn vrienden zie.

Ich spiele gerne Brettspiele, also spielen wir immer Ludo, wenn ich meine Freunde treffe.

Ik hou van het spelen van bordspellen, dus wanneer ik mijn vrienden zie, spelen we samen ludo.

Mit meinem Freund Juán spiele ich immer Schach.

Met mijn vriend Juán speel ik altijd schaak.

Letztes Jahr machte ich mit zwei Freunden einen Ausflug nach Innsbruck. Wir gingen wandern und besuchten die Stadt. Das Wetter war wunderbar!

Vorig jaar ging ik met twee van mijn vrienden op reis naar Innsbruck. We gingen wandelen en bezochten de stad. Het weer was geweldig!

...

Oefening 2: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Morgen ______ mein Freund vorbei, um das Abendessen zu genießen.

(Morgen ______ mijn vriend langs om te genieten van het avondeten.)

2. Wir haben uns gestern lange ______ und viel Spaß gehabt.

(We hebben elkaar gisteren lang ______ en veel plezier gehad.)

3. Meine Freunde sind gestern Abend ______ , um Karten zu spielen.

(Mijn vrienden zijn gisteravond ______ om kaart te spelen.)

4. Wir haben das Geschirr ______ , bevor die Gäste angekommen sind.

(We hebben het servies ______ voordat de gasten aankwamen.)

Oefening 4: Vrienden bezoeken en de avond plannen

Instructie:

Am Samstag (Vorbeikommen - Präsens) meine Freunde zum Abendessen bei mir vorbei. Ich (Vorbeikommen - Perfekt) schon früh vorbeigekommen, um alles vorzubereiten. Wir (Sich unterhalten - Perfekt) uns (Aufräumen - Präsens) über unsere Pläne für den Spielabend. Mein Freund Thomas (Aufräumen - Präsens) noch das Wohnzimmer auf, weil er das Spielbrett auf den Tisch legen möchte. Ich (Karten spielen - Präsens) (Schenken - Präsens (Futur I)) jedem Gast einen kleinen Blumenstrauß als Willkommensgruß (Karten spielen - Präsens) . Später (Karten spielen - Präsens) wir Karten und haben viel Spaß zusammen.


Op zaterdag komen (Langskomen - Tegenwoordige tijd) mijn vrienden bij mij langs voor het avondeten. Ik ben (Langskomen - Voltooide tijd) al vroeg langsgekomen om alles voor te bereiden. We hebben gepraat (Elkaar spreken - Voltooide tijd) over onze plannen voor de spelletjesavond. Mijn vriend Thomas ruimt op (Opruimen - Tegenwoordige tijd) de woonkamer nog op, omdat hij het speelbord op de tafel wil leggen. Ik zal (Schenken - Tegenwoordige tijd (Futur I)) elke gast een klein boeket bloemen als welkom geven . Later spelen (Kaartspelen - Tegenwoordige tijd) we kaarten en hebben we veel plezier samen.

Werkwoordschema's

Sich unterhalten - Elkaar spreken

Perfekt

  • ich habe mich unterhalten
  • du hast dich unterhalten
  • er/sie/es hat sich unterhalten
  • wir haben uns unterhalten
  • ihr habt euch unterhalten
  • sie/Sie haben sich unterhalten

Vorbeikommen - Langskomen

Präsens

  • ich komme vorbei
  • du kommst vorbei
  • er/sie/es kommt vorbei
  • wir kommen vorbei
  • ihr kommt vorbei
  • sie/Sie kommen vorbei

Vorbeikommen - Langskomen

Perfekt

  • ich bin vorbeigekommen
  • du bist vorbeigekommen
  • er/sie/es ist vorbeigekommen
  • wir sind vorbeigekommen
  • ihr seid vorbeigekommen
  • sie/Sie sind vorbeigekommen

Aufräumen - Opruimen

Präsens

  • ich räume auf
  • du räumst auf
  • er/sie/es räumt auf
  • wir räumen auf
  • ihr räumt auf
  • sie/Sie räumen auf

Schenken - Schenken

Präsens (Futur I)

  • ich werde schenken
  • du wirst schenken
  • er/sie/es wird schenken
  • wir werden schenken
  • ihr werdet schenken
  • sie/Sie werden schenken

Karten spielen - Kaartspelen

Präsens

  • ich spiele Karten
  • du spielst Karten
  • er/sie/es spielt Karten
  • wir spielen Karten
  • ihr spielt Karten
  • sie/Sie spielen Karten

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Sich unterhalten praten

Perfekt

Duits Nederlands

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Vorbeikommen langskomen

Präsens

Duits Nederlands

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Vorbeikommen langskomen

Perfekt

Duits Nederlands

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Lesonderwerp: Vrienden bezoeken en uitnodigen

Deze les op A2-niveau richt zich op het leren van praktische vaardigheden rondom het uitnodigen van vrienden voor sociale activiteiten thuis, zoals een gezamenlijk diner, een spelletjesavond, of een filmavond. De nadruk ligt op het voeren van eenvoudige gesprekken over plannen maken, uitnodigingen bevestigen, eten en tijdstippen bespreken.

Belangrijke thema's en leerpunten

  • Uitnodigingen uiten en bevestigen: Hoe nodig je iemand uit en hoe reageer je beleefd? Bijvoorbeeld: "Hallo Maria, möchtest du am Samstag zu mir kommen?" of "Ja, gerne! Was sollen wir mitbringen?"
  • Diners organiseren: Spreken over tijd, wat men mee kan nemen of wie welke gerechten verzorgt. Zinnen als: "Wie wäre es mit 19 Uhr am Samstag?" en "Soll ich einen Salat machen?" illustreren dit.
  • Spelletjes- en filmavonden plannen: Nodig vrienden uit voor gezellige activiteiten en bespreek wie wat meebrengt, zoals snacks en drankjes.
  • Essentiële werkwoorden en uitdrukkingen: Woorden zoals vorbeikommen (langskomen), sich unterhalten (praten/gesprekken voeren), aufräumen (opruimen), schenken (geven/schenken) en zinnen over het spelen van spelletjes en eten bereiden.

Handige woorden en uitdrukkingen (met vertalingen)

  • das Abendessen – het avondeten
  • einladen – uitnodigen
  • zusammen kochen – samen koken
  • der Spieleabend – de spelletjesavond
  • die Filmnacht – de filmnacht
  • die gute Laune – de goede stemming
  • die Snacks – snacks
  • bereit machen / vorbereiten – voorbereiden

Specifieke grammaticale aandachtspunten

De les bevat ook oefeningen met werkwoordvervoegingen, vooral gericht op het perfectum en Präsens van belangrijke werkwoorden die veel in familierelaties en informele contexten voorkomen. Bijvoorbeeld:
kommen vorbei (langskomen), sich unterhalten (praten), aufräumen (opruimen).

Opmerkingen over verschillen tussen Nederlands en Duits

Een opvallend verschil is het gebruik van het werkwoord einladen (= uitnodigen). In het Duits gebruik je vaak de werkwoordsvolgorde waarbij het scheidbare voorvoegsel "ein" naar het einde van de zin gaat bij een hoofdzin: "Ich lade dich zu mir ein." Terwijl in het Nederlands het hele werkwoord bij elkaar blijft: "Ik nodig je uit." Ook zijn uitdrukkingen over tijd en eten vaak explicieter in het Duits, zoals het benoemen van de exacte tijd: "Wie wäre es mit 19 Uhr?" in plaats van het meer informele Nederlandse "Zullen we om 7 uur?"

Gebruik dagelijks: "einladen" (uitnodigen), "vorbeikommen" (langskomen), en "sich unterhalten" (praten) om gesprekken natuurlijk te laten verlopen. Het is handig om te weten dat het Duitse perfectum bij veel beweging- en wisselwerkwoorden gevormd wordt met sein, bijvoorbeeld: "Ich bin vorbeigekommen."

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏