Vorschlagen (voorstellen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Delen
Gekopieerd!
Vervoeging van vorschlagen (voorstellen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Infinitiv |
Partizip |
Vorschlagen
(voorstellen)
|
vorgeschlagen
(voorgesteld)
|
Werkwoordstijden
Indikativ
Präsens
Delen
Gekopieerd!
|
Präteritum
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) schlug vor |
ik stelde voor |
(du) schlugst vor |
jij stelde voor |
(er/sie/es) schlug vor |
hij/zij/het stelde voor |
(wir) schlugen vor |
wij stelden voor |
(ihr) schlugt vor |
jullie stelden voor |
(sie) schlugen vor |
zij stelden voor |
|
Perfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) habe vorgeschlagen |
ik heb voorgesteld |
(du) hast vorgeschlagen |
jij hebt voorgesteld |
(er/sie/es) hat vorgeschlagen |
hij/zij/het heeft voorgesteld |
(wir) haben vorgeschlagen |
wij hebben voorgesteld |
(ihr) habt vorgeschlagen |
jullie hebben voorgesteld |
(sie) haben vorgeschlagen |
zij hebben voorgesteld |
|
Plusquamperfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) hatte vorgeschlagen |
ik had voorgesteld |
(du) hattest vorgeschlagen |
jij had voorgesteld |
(er/sie/es) hatte vorgeschlagen |
hij/zij/het had voorgesteld |
(wir) hatten vorgeschlagen |
wij hadden voorgesteld |
(ihr) hattet vorgeschlagen |
jullie hadden voorgesteld |
(sie) hatten vorgeschlagen |
zij hadden voorgesteld |
|
Futur I
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich werde vorschlagen |
ik zal voorstellen |
du wirst vorschlagen |
jij zult voorstellen |
er/sie/es wird vorschlagen |
hij/zij/het zal voorstellen |
wir werden vorschlagen |
wij zullen voorstellen |
ihr werdet vorschlagen |
jullie zullen voorstellen |
sie werden vorschlagen |
zij zullen voorstellen |
|
Futur II
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) werde vorgeschlagen haben |
ik zal voorgesteld hebben |
(du) wirst vorgeschlagen haben |
jij zult voorgesteld hebben |
(er/sie/es) wird vorgeschlagen haben |
hij/zij/het zal voorgesteld hebben |
(wir) werden vorgeschlagen haben |
wij zullen voorgesteld hebben |
(ihr) werdet vorgeschlagen haben |
jullie zullen voorgesteld hebben |
(sie) werden vorgeschlagen haben |
zij zullen voorgesteld hebben |
|
Konjunktiv II
Konjunktiv II Präsens
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) würde vorschlagen |
ik zou voorstellen |
(du) würdest vorschlagen |
jij zou voorstellen |
(er/sie/es) würde vorschlagen |
hij/zij/het zou voorstellen |
(wir) würden vorschlagen |
wij zouden voorstellen |
(ihr) würdet vorschlagen |
jullie zouden voorstellen |
(sie) würden vorschlagen |
zij zouden voorstellen |
|
Konjunktiv II Vergangenheit
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) hätte vorgeschlagen |
ik zou voorstellen |
(du) hättest vorgeschlagen |
jij zou voorstellen |
(er/sie/es) hätte vorgeschlagen |
hij/zij/het zou voorgesteld hebben |
(wir) hätten vorgeschlagen |
wij zouden hebben voorgesteld |
(ihr) hättet vorgeschlagen |
jullie zouden hebben voorgesteld |
(sie) hätten vorgeschlagen |
zij zouden hebben voorgesteld |
|
Imperativ