Frans A1 module 6: La ville et le village (De stad en het dorp)

Dit is leermodule 6 van 6 van ons Franse A1-programma. Elke leermodule bevat 6 tot 8 hoofdstukken.

Leerdoelen:

  • Bespreek de meest voorkomende dagelijkse situaties in een stad.
  • Vragen en geven van richtingen.
  • Vervoer en navigatie.

Woordenlijst (121)

Kernwoordenschat (121): Werkwoorden: 10, Zelfstandige naamwoorden: 71, Voorzetsels: 2, Vragen: 4, Zinnen / woordcombinatie: 34

Frans Nederlands
Admirer la cathédrale De kathedraal bewonderen
Aller au musée Naar het museum gaan
Aller tout droit Rechtdoor gaan
Au nord de Ten noorden van
Au sud de Ten zuiden van
Bon appétit ! Eet smakelijk!
C'est pour manger ? Is het om hier te eten?
Chanter Zingen
Commander Bestellen
Danser Dansen
Derrière Achter
Devant Voor
En face Voor / tegenover
Et comme boisson ? En wat wilt u erbij drinken?
Faire de la course à pied hardlopen
Faire une visite guidée Een rondleiding doen
Gagner winnen
Inviter Uitnodigen
Jouer au tennis tennissen
Jouer aux jeux-vidéo Videogames spelen
L'accès (Un) De toegang
L'acteur (Un) (L'actrice) (Une) De acteur (Een) (De actrice) (Een)
L'addition De rekening
L'ami (Un) De vriend
L'arrêt de bus (Un) de bushalte (een)
L'atelier (Un) De workshop
L'aéroport de luchthaven
L'exposition De tentoonstelling
L'occasion (Une) Een gelegenheid
L'université De universiteit
L'école De school
L'œuvre d'art (Une) Het kunstwerk (Een)
La banque De bank
La bibliothèque De bibliotheek
La bière Het bier
La boîte de nuit De nachtclub
La cathédrale De kathedraal
La danse De dans
La direction De richting
La gare het station
La guitare De gitaar
La lecture Het lezen
La photo De foto
La police De politie
La poste Het postkantoor
La station essence Het benzinestation
La voie het spoor/ de rijstrook
La voiture de auto
Le TGV (Train à grande vitesse) de TGV (hogesnelheidstrein)
Le bar De bar
Le basket-ball basketbal
Le bureau de tabac Tabakswinkel
Le chirurgien (La chirurgienne) De chirurg (de vrouwelijke chirurg)
Le cinéma De bioscoop
Le coiffeur De kapper
Le concert Het concert
Le danseur (La danseuse) De danser (De danseres)
Le dentiste (La dentiste) De tandarts (de tandarts)
Le dessert Het dessert
Le dessin Het tekenen
Le film De film
Le football voetbal
Le handball handbal
Le jeu de société Het bordspel
Le judo judo
Le match wedstrijd
Le menu Het menu
Le monument Het monument
Le musicien De muzikant
Le métro de metro
Le panneau Het bord
Le piano De piano
Le plat Het hoofdgerecht
Le restaurant Het restaurant
Le rugby rugby
Le serveur (La serveuse) De ober (De serveerster)
Le ski skiën
Le spectacle De voorstelling
Le stade stadion
Le tableau Het schilderij
Le taxi de taxi
Le temps libre De vrije tijd
Le théâtre Het theater
Le ticket het ticket
Le tram de tram
Le vin rouge De rode wijn
Le violon De viool
Le vélo de fiets
Les livres Boeken
Les pompiers De brandweer
Les urgences De spoedeisende hulp
Marcher lopen
Perdre verliezen
Prendre l'avion het vliegtuig nemen
Prendre le bus de bus nemen
Prendre le train de trein nemen
Prendre une entrée Een voorgerecht nemen
Prendre à droite Rechts afslaan
Prendre à gauche Links afslaan
Proposer une sortie Een avondje uit voorstellen
Préparer une fête Een feest voorbereiden
S'il vous plaît ! Alstublieft!
Se mettre à table Aan tafel gaan zitten
Sortir Uitgaan
Tourner Af/slaan / draaien
Traverser Oversteken
Tu viens avec nous ? Ga je met ons mee?
Un commerce Een winkel
Un instrument Een instrument
Un loisir Een vrijetijdsbesteding
Un passe-temps Een hobby
Une activité Een activiteit
Une carte Een kaart
Une table pour deux ? Een tafel voor twee?
Visiter l'église (Une) De kerk bezoeken (Een)
Voir une pièce de théâtre Een toneelstuk zien
À côté de ... Naast ...
À l'est de Ten oosten van
À l'ouest de Ten westen van
Écouter de la musique Naar muziek luisteren
Être sportif (sportive) sportief zijn