Atteindre (bereiken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van atteindre (bereiken) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Atteindre (bereiken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 1: Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)

Les 8: Une catastrophe de vacances ? (Vakantieramp?)

Infinitif Participe passé
Atteindre (bereiken) atteint (bereiken)

Werkwoordsvervoegingen

Indicatif

Present 

Frans Nederlands
(je/j') j'atteins ik bereik
tu atteins jij bereikt
il/elle/on atteint hij/zij/men bereikt
nous atteignons wij bereiken
vous atteignez u bereikt
ils/elles atteignent zij bereiken

Imparfait 

Frans Nederlands
(je/j') atteignais ik bereikte
(tu) atteignais jij bereikte
(il/elle/on) atteignait hij/zij/men bereikte
(nous) atteignions wij bereikten
(vous) atteigniez jullie bereikten/u bereikte
(ils/elles) atteignaient zij bereikten

Passé composé 

Frans Nederlands
(je/j') ai atteint ik heb bereikt
(tu) as atteint jij hebt bereikt
(il/elle/on) a atteint hij/zij/men heeft bereikt
(nous) avons atteint wij hebben bereikt
(vous) avez atteint u hebt bereikt
(ils/elles) ont atteint zij hebben bereikt

Plus-que-parfait 

Frans Nederlands
(je/j') j'avais atteint ik had bereikt
tu avais atteint jij had bereikt
il/elle/on avait atteint hij/zij/men had bereikt
nous avions atteint wij hadden bereikt
vous aviez atteint u had bereikt
ils/elles avaient atteint zij hadden bereikt

Futur simple 

Frans Nederlands
(je/j') j'atteindrai ik zal bereiken
tu atteindras jij zult bereiken
il/elle/on atteindra hij/zij/men zal bereiken
nous atteindrons wij zullen bereiken
vous atteindrez u zult bereiken
ils/elles atteindront zij zullen bereiken

Futur antérieur 

Frans Nederlands
(je/j') aurai atteint ik zal bereikt hebben
(tu) auras atteint jij zult bereikt hebben
(il/elle/on) aura atteint hij/zij/men zal bereikt hebben
(nous) aurons atteint wij zullen bereikt hebben
(vous) aurez atteint u zult bereikt hebben
(ils/elles) auront atteint zij zullen bereikt hebben

Conditionnel

Conditionnel présent 

Frans Nederlands
(je/j') atteindrais ik zou bereiken
(tu) atteindrais jij zou bereiken
(il/elle/on) atteindrait hij/zij/men zou bereiken
(nous) atteindrions wij zouden bereiken
(vous) atteindriez u zou bereiken
(ils/elles) atteindraient zij zouden bereiken

Conditionnel passé 

Frans Nederlands
(je/j') aurais atteint/serais atteint ik zou bereikt hebben
(tu) aurais atteint/serais atteint jij zou bereikt hebben
(il/elle/on) aurait atteint/serait atteint hij/zij/men zou bereikt hebben
(nous) aurions atteint/serions atteint wij zouden bereikt hebben/waren bereikt
(vous) auriez atteint/seriez atteint u zou bereikt hebben/u zou bereikt zijn
(ils/elles) auraient atteint/seraient atteint zij zouden bereikt hebben

Subjonctif

Subjonctif présent 

Frans Nederlands
(je/j') que j'atteigne ik bereik
(tu) que tu atteignes dat je bereikt
(il/elle/on) qu'il/elle/on atteigne hij/zij/men bereikt
(nous) que nous atteignions wij bereiken
(vous) que vous atteigniez u bereikt
(ils/elles) qu'ils/elles atteignent zij bereiken

Subjonctif passé 

Frans Nederlands
(je/j') aie atteint / aie atteinte ik heb bereikt
(tu) aies atteint / aies atteinte jij hebt bereikt
(il/elle/on) ait atteint / ait atteinte hij/zij/men heeft bereikt
(nous) ayons atteint / ayons atteintes wij hebben bereikt
(vous) ayez atteint / ayez atteintes jullie hebben bereikt / u heeft bereikt
(ils/elles) aient atteint / aient atteintes zij hebben bereikt

Impératif

Impératif 

Frans Nederlands
atteins! bereik!
atteins! bereik!