1. Woordenschat (14)

L'accident

L'accident Show

Het ongeluk Show

L'arnaque

L'arnaque Show

De oplichterij Show

La panne

La panne Show

De pech Show

L'annulation

L'annulation Show

De annulering Show

Le retard

Le retard Show

De vertraging Show

L'urgence

L'urgence Show

De noodsituatie Show

Le numéro d'urgence

Le numéro d'urgence Show

Het alarmnummer Show

L'assurance voyage

L'assurance voyage Show

De reisverzekering Show

Perdu

Perdu Show

Verdwenen / Verloren Show

Utile

Utile Show

Nuttig Show

Urgent

Urgent Show

Dringend Show

Atteindre

Atteindre Show

Bereiken Show

Demander de l'aide

Demander de l'aide Show

Om hulp vragen Show

Voler

Voler Show

Stelen / Vliegen Show

2. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Voler (stelen)

Belangrijk werkwoord

Atteindre (bereiken)

3. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Email: U ontvangt deze e-mail van het consulaat van uw land nadat u de diefstal van uw tas tijdens uw vakantie in Nice hebt gemeld. Antwoord om de situatie uit te leggen en om hulp te vragen.


Bonjour Madame, Monsieur,

Nous avons reçu votre message au sujet du vol de votre sac hier à Nice. Pour préparer un nouveau passeport, nous avons besoin de plus d’informations.

Merci de nous expliquer ce qui s’est passé (heure, lieu, objets perdus) et de dire si vous avez déjà fait une déclaration à la police. Indiquez aussi si votre situation est urgente (par exemple, billet de retour bientôt).

Cordialement,
Julie Martin
Consulat de votre pays à Nice


Geachte mevrouw, meneer,

We hebben uw bericht ontvangen over de diefstal van uw tas gisteren in Nice. Om een nieuw paspoort te kunnen voorbereiden, hebben we meer informatie nodig.

Leg alstublieft uit wat er is gebeurd (tijd, plaats, verloren voorwerpen) en of u al een aangifte bij de politie heeft gedaan. Geef ook aan of uw situatie dringend is (bijvoorbeeld: terugvlucht binnenkort).

Met vriendelijke groet,
Julie Martin
Consulaat van uw land in Nice


Begrijp de tekst:

  1. Quelles informations le consulat demande-t-il exactement dans cet e-mail ?

    (Welke informatie vraagt het consulaat precies in deze e-mail?)

  2. Dans quels cas vous devez dire que votre situation est urgente dans votre réponse ?

    (In welke gevallen moet u in uw antwoord aangeven dat uw situatie dringend is?)

Nuttige zinnen:

  1. Je vous écris pour expliquer que…

    (Ik schrijf u om uit te leggen dat…)

  2. J’ai perdu… et je dois…

    (Ik ben mijn … kwijt en ik moet…)

  3. Ma situation est urgente parce que…

    (Mijn situatie is dringend omdat…)

Bonjour Madame,

Je vous écris pour expliquer la situation. Hier, vers 18h, on a volé mon sac dans le tram à Nice, près de l’arrêt Jean Médecin. Dans mon sac, il y avait mon passeport, ma carte bancaire et un peu d’argent.

Ce matin, j’ai fait une déclaration à la police et j’ai reçu un numéro de dossier. Ma situation est urgente, car j’ai un vol de retour samedi et je ne peux pas voyager sans passeport. Pouvez-vous m’aider pour un document provisoire, s’il vous plaît ?

Cordialement,
[Votre nom]

Geachte mevrouw,

Ik schrijf u om de situatie uit te leggen. Gisteren, rond 18.00 uur, is mijn tas gestolen in de tram in Nice, vlak bij halte Jean Médecin. In mijn tas zaten mijn paspoort, mijn bankpas en wat contant geld.

Vanmorgen heb ik aangifte gedaan bij de politie en ik heb een dossiernummer ontvangen. Mijn situatie is dringend omdat ik zaterdag een terugvlucht heb en niet kan reizen zonder paspoort. Kunt u mij alstublieft helpen met een voorlopig reisdocument?

Met vriendelijke groet,
[Uw naam]

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. On m’a volé mon sac dans le métro et j’___ directement au commissariat pour faire une déclaration.

(Mijn tas is me in de metro gestolen en ik ___ meteen naar het politiebureau gegaan om aangifte te doen.)

2. Quand la policière est arrivée, j’avais déjà ___ le bureau d’accueil pour expliquer l’accident.

(Toen de agente arriveerde, had ik de balie al ___ om het ongeval uit te leggen.)

3. Ensuite, j’___ le consulat pour demander de l’aide avec mes documents perdus.

(Vervolgens ___ ik naar het consulaat gegaan om hulp te vragen voor mijn verloren documenten.)

4. Plus tard, j’___ en urgence au téléphone pour appeler le numéro d’urgence et prévenir l’assurance voyage.

(Later ___ ik in paniek naar mijn telefoon om het alarmnummer te bellen en de reisverzekering te waarschuwen.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. 1. Tu es en vacances à Nice. On vole ton sac dans le tram. Tu vas au commissariat pour signaler le problème. Explique la situation au policier. (Utilise : le vol, la carte d’identité, la police)

(1. Je bent op vakantie in Nice. Je tas wordt in de tram gestolen. Je gaat naar het politiebureau om aangifte te doen. Leg de situatie uit aan de politieagent. (Gebruik: le vol, la carte d'identité, la police))

Je viens signaler  

(Ik kom aangifte doen van ...)

Voorbeeld:

Je viens signaler le vol de mon sac. Il y a mon passeport et ma carte d’identité dedans.

(Ik kom aangifte doen van de diefstal van mijn tas. Mijn paspoort en mijn identiteitskaart zitten erin.)

2. 2. Tu es à Paris pour le travail. Tu perds ton passeport et ta carte bancaire. Tu vas au consulat pour demander de l’aide. Explique ce qui se passe et ce dont tu as besoin. (Utilise : perdu, le passeport, les papiers)

(2. Je bent voor werk in Parijs. Je verliest je paspoort en je bankkaart. Je gaat naar het consulaat om hulp te vragen. Leg uit wat er gebeurd is en wat je nodig hebt. (Gebruik: perdu, le passeport, les papiers))

J’ai perdu  

(Ik heb ... verloren)

Voorbeeld:

J’ai perdu mon passeport et tous mes papiers. J’ai besoin d’un document provisoire pour rentrer chez moi.

(Ik heb mijn paspoort en al mijn documenten verloren. Ik heb een voorlopig reisdocument nodig om naar huis te kunnen.)

3. 3. Tu es en voiture de location en Provence. La voiture tombe en panne sur l’autoroute. Tu appelles l’assistance de l’assurance voyage. Explique le problème et où tu es. (Utilise : la panne, l’assurance voyage, la route)

(3. Je rijdt in een huurauto in Provence. De auto valt stil op de snelweg. Je belt de pechhulp van de reisverzekering. Leg het probleem uit en waar je bent. (Gebruik: la panne, l'assurance voyage, la route))

Je vous appelle pour  

(Ik bel u omdat ...)

Voorbeeld:

Je vous appelle pour la panne de ma voiture de location. Je suis sur l’autoroute A7, près de la sortie 25.

(Ik bel u vanwege de pech met mijn huurauto. Ik sta op de A7, vlak bij afrit 25.)

4. 4. Tu vois un accident de vélo devant ton hôtel à Lyon. La personne est blessée, c’est urgent. Tu appelles le 112. Explique calmement la situation. (Utilise : une urgence, le numéro d’urgence, un accident)

(4. Je ziet een fietsongeluk voor je hotel in Lyon. De persoon is gewond; het is dringend. Je belt 112. Leg de situatie rustig uit. (Gebruik: une urgence, le numéro d'urgence, un accident))

Je vous appelle pour  

(Ik bel u omdat ...)

Voorbeeld:

Je vous appelle pour une urgence. Il y a un accident de vélo devant mon hôtel, la personne est par terre et ne peut pas se lever.

(Ik bel vanwege een noodgeval. Er is een fietsongeluk voor mijn hotel, de persoon ligt op de grond en kan niet opstaan.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Beschrijf in 4 of 5 zinnen een situatie waarin u tijdens een reis een belangrijk voorwerp bent kwijtgeraakt en leg uit wat u hebt gedaan om hulp te vragen.

Nuttige uitdrukkingen:

J’ai perdu mon/ma… / C’était une situation urgente parce que… / J’ai contacté… pour… / Ensuite, j’ai dû…

Exercice 6: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Quels mauvais événements peuvent survenir lors d'un voyage ? (Wat voor nare dingen kunnen er op een reis gebeuren?)
  2. Que pouvez-vous faire quand cela vous arrive ? (Wat kun je doen als het jou overkomt?)
  3. Une de ces situations vous est-elle déjà arrivée ? (Is een van die situaties ooit bij jou gebeurd?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Votre argent peut être volé.

Je geld kan gestolen worden.

Quelqu'un peut voler votre sac.

Iemand kan je tas stelen.

Vous pouvez vous perdre en randonnée.

Je kunt verdwalen tijdens een wandeltocht.

Vous pouvez toujours demander de l'aide aux gens.

Je kunt altijd mensen om hulp vragen.

Il est important d'avoir une assurance voyage.

Het is belangrijk om een reisverzekering te hebben.

J'ai déjà perdu mon téléphone une fois.

Ik ben mijn telefoon al eens kwijtgeraakt.

...