Chercher (zoeken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van chercher (zoeken) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Chercher (zoeken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 1: Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)

Les 3: Réservez votre hébergement (Boek uw accommodatie)

Infinitif Participe passé
Chercher (zoeken) cherché (gezocht)

Werkwoordsvervoegingen

Indicatif

Present 

Frans Nederlands
(je/j') cherche ik zoek
(tu) cherches jij zoekt
(il/elle/on) cherche hij/zij/men zoekt
(nous) cherchons wij zoeken
(vous) cherchez u zoekt
(ils/elles) cherchent zij zoeken

Imparfait 

Frans Nederlands
(je/j') cherchais ik zocht
(tu) cherchais jij zocht
(il/elle/on) cherchait hij/zij/men zocht
(nous) cherchions wij zochten
(vous) cherchiez u zocht
(ils/elles) cherchaient zij zochten

Passé composé 

Frans Nederlands
(je/j') j'ai cherché ik heb gezocht
tu as cherché jij hebt gezocht
il/elle/on a cherché hij/zij/men heeft gezocht
nous avons cherché we hebben gezocht
vous avez cherché u hebt gezocht
ils/elles ont cherché zij hebben gezocht

Plus-que-parfait 

Frans Nederlands
(je/j') avais cherché ik had gezocht
(tu) avais cherché jij had gezocht
(il/elle/on) avait cherché hij/zij/men had gezocht
(nous) avions cherché wij hadden gezocht
(vous) aviez cherché u had gezocht
(ils/elles) avaient cherché zij hadden gezocht

Futur simple 

Frans Nederlands
(je/j') je chercherai ik zal zoeken
tu chercheras jij zult zoeken
il/elle/on cherchera hij/zij/men zal zoeken
nous chercherons we zullen zoeken
vous chercherez u zult zoeken
ils/elles chercheront zij zullen zoeken

Futur antérieur 

Frans Nederlands
(je/j') aurai cherché ik zal gezocht hebben
(tu) auras cherché jij zult gezocht hebben
(il/elle/on) aura cherché hij/zij/men zal gezocht hebben
(nous) aurons cherché wij zullen gezocht hebben
(vous) aurez cherché u zult gezocht hebben
(ils/elles) auront cherché zij zullen gezocht hebben

Conditionnel

Conditionnel présent 

Frans Nederlands
(je/j') je chercherais ik zou zoeken
tu chercherais jij zou zoeken
il/elle/on chercherait hij/zij/men zou zoeken
nous chercherions wij zouden zoeken
vous chercheriez u zou zoeken
ils/elles chercheraient zij zouden zoeken

Conditionnel passé 

Frans Nederlands
(je/j') aurais cherché ik zou gezocht hebben
(tu) aurais cherché jij zou gezocht hebben
(il/elle/on) aurait cherché hij/zij/men zou gezocht hebben
(nous) aurions cherché wij zouden gezocht hebben
(vous) auriez cherché u zou gezocht hebben
(ils/elles) auraient cherché zij zouden gezocht hebben

Subjonctif

Subjonctif présent 

Frans Nederlands
(je/j') cherche ik zoek
(tu) cherches jij zoekt
(il/elle/on) cherche hij/zij/men zoekt
(nous) cherchions wij zoeken
(vous) cherchiez jullie zoeken/u zoeken
(ils/elles) cherchent zij zoeken

Subjonctif passé 

Frans Nederlands
(je/j') aie cherché ik heb gezocht
(tu) aies cherché jij zou gezocht hebben
(il/elle/on) ait cherché hij/zij/men zou gezocht hebben
(nous) ayons cherché wij hebben gezocht
(vous) ayez cherché jullie hebben gezocht
(ils/elles) aient cherché zij hebben gezocht

Impératif

Impératif 

Frans Nederlands
Cherche! zoek
Cherche! zoek