Choisir (kiezen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van choisir (kiezen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Choisir (kiezen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A1

Module 3: Au jour le jour (Dag tot dag)

Les 20: Faire les courses (Boodschappen doen)

Infinitif Participe passé
Choisir (kiezen) choisi (gekozen)

Werkwoordsvervoegingen

Indicatif

Present 

Frans Nederlands
(je/j') je choisis ik kies
tu choisis jij kiest
(il/elle/on) il choisit / elle choisit / on choisit hij kiest / zij kiest / men kiest
nous choisissons wij kiezen
vous choisissez u kiest
(ils/elles) ils choisissent / elles choisissent zij kiezen

Imparfait 

Frans Nederlands
(je/j') choisissais ik koos
(tu) choisissais jij koos
(il/elle/on) choisissait hij/zij/men koos
(nous) choisissions wij kozen
(vous) choisissiez jullie kozen/u koos
(ils/elles) choisissaient zij kozen

Passé composé 

Frans Nederlands
(je/j') ai choisi ik heb gekozen
(tu) as choisi jij hebt gekozen
(il/elle/on) a choisi hij/zij/men heeft gekozen
(nous) avons choisi wij hebben gekozen
(vous) avez choisi u heeft gekozen
(ils/elles) ont choisi zij hebben gekozen

Plus-que-parfait 

Frans Nederlands
(je/j') avais choisi ik had gekozen
(tu) avais choisi jij had gekozen
(il/elle/on) avait choisi hij/zij/men had gekozen
(nous) avions choisi wij hadden gekozen
(vous) aviez choisi jullie hadden gekozen
(ils/elles) avaient choisi zij hadden gekozen

Futur simple 

Frans Nederlands
(je/j') choisirai ik zal kiezen
(tu) choisiras jij zult kiezen
(il/elle/on) choisira hij/zij/men zal kiezen
(nous) choisirons wij zullen kiezen
(vous) choisirez jullie zullen kiezen / u zult kiezen
(ils/elles) choisiront zij zullen kiezen

Futur antérieur 

Frans Nederlands
(je/j') aurai choisi ik zal gekozen hebben
(tu) auras choisi jij zult gekozen hebben
(il/elle/on) aura choisi hij/zij/men zal gekozen hebben
(nous) aurons choisi wij zullen gekozen hebben
(vous) aurez choisi u zult gekozen hebben
(ils/elles) auront choisi zij zullen gekozen hebben

Conditionnel

Conditionnel présent 

Frans Nederlands
(je/j') choisirais ik zou kiezen
(tu) choisirais jij zou kiezen
(il/elle/on) choisirait hij/zij/men zou kiezen
(nous) choisirions wij zouden kiezen
(vous) choisiriez u zou kiezen
(ils/elles) choisiraient zij zouden kiezen

Conditionnel passé 

Frans Nederlands
(je/j') aurais choisi ik zou gekozen hebben
(tu) aurais choisi jij zou gekozen hebben
(il/elle/on) aurait choisi hij/zij/men zou gekozen hebben
(nous) aurions choisi wij zouden gekozen hebben
(vous) auriez choisi u zou gekozen hebben
(ils/elles) auraient choisi zij zouden gekozen hebben

Subjonctif

Subjonctif présent 

Frans Nederlands
(je/j') choisisse ik kies
(tu) choisisses jij zou kiezen
(il/elle/on) choisisse hij/zij/men kiest
(nous) choisissions wij kiezen
(vous) choisissiez jullie kiezen/u kiest
(ils/elles) choisissent zij kiezen

Subjonctif passé 

Frans Nederlands
(je/j') aie choisi ik heb gekozen
(tu) aies choisi jij hebt gekozen
(il/elle/on) ait choisi hij/zij/men heeft gekozen
(nous) ayons choisi wij hebben gekozen
(vous) ayez choisi jullie hebben gekozen
(ils/elles) aient choisi zij gekozen hebben

Impératif

Impératif 

Frans Nederlands
N/A jij kiest
Choisis! Kies