Déléguer (delegeren) - Passé composé, indicatif (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Déléguer - Vervoeging van delegeren in het Frans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Passé composé, indicatif).
Passé composé, indicatif (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Déléguer (delegeren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Leerplan: Franse les - Organisation et délégation (Organisatie en delegatie)
Vervoeging van déléguer in de passé composé
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') j'ai délégué | ik heb gedelegeerd |
tu as délégué | jij hebt gedelegeerd |
il/elle/on a délégué | hij/zij/men heeft gedelegeerd |
nous avons délégué | wij hebben gedelegeerd |
vous avez délégué | u hebt gedelegeerd |
ils/elles ont délégué | zij hebben gedelegeerd |
Voorbeeldzinnen
Frans | Nederlands |
---|---|
J'ai délégué une tâche importante aujourd'hui. | Ik heb vandaag een belangrijke taak gedelegeerd. |
Tu as délégué la responsabilité au collègue. | Je hebt de verantwoordelijkheid aan de collega gedelegeerd. |
Il a délégué la présentation à son équipe. | Hij heeft de presentatie aan zijn team gedelegeerd. |
Nous avons délégué selon le planning. | We hebben volgens het schema gedelegeerd. |
Vous avez délégué avec méthode et efficacité. | U hebt op een methodische en efficiënte manier gedelegeerd. |
Ils ont délégué les priorités aux collègues. | Ze hebben de prioriteiten aan de collega’s gedelegeerd. |