Leer effectief organiseren en taken delegeren met nuttige Franse woorden zoals "réunion" (vergadering), "tâches" (taken), "déléguer" (delegeren) en "responsable" (verantwoordelijk). Oefen praktische dialogen om duidelijk instructies te geven en een team te coördineren.
Woordenschat (19) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Hier, le manager ___ la responsabilité à son assistant pour la planification du projet.
(Gisteren ___ de manager de verantwoordelijkheid aan zijn assistent voor de projectplanning.)2. Nous ___ efficacement avec l'équipe marketing pour renforcer la cohésion.
(Wij ___ effectief samengewerkt met het marketingteam om de samenhang te versterken.)3. La déléguée ___ des consignes claires pour répartir les tâches rapidement.
(De gevolmachtigde ___ duidelijke instructies gegeven om de taken snel te verdelen.)4. Ils ___ une réunion pour évaluer la gestion du temps et l'autonomie des employés.
(Zij ___ een vergadering georganiseerd om het tijdbeheer en de zelfstandigheid van de medewerkers te evalueren.)Oefening 3: Organisatie en delegatie op het werk
Instructie:
Werkwoordschema's
Déléguer - Delegeren
Passé composé
- j'ai délégué
- tu as délégué
- il/elle/on a délégué
- nous avons délégué
- vous avez délégué
- ils/elles ont délégué
Collaborer - Samenwerken
Plus-que-parfait
- j'avais collaboré
- tu avais collaboré
- il/elle/on avait collaboré
- nous avions collaboré
- vous aviez collaboré
- ils/elles avaient collaboré
Organiser - Organiseren
Passé composé
- j'ai organisé
- tu as organisé
- il/elle/on a organisé
- nous avons organisé
- vous avez organisé
- ils/elles ont organisé
Collaborer - Samenwerken
Passé composé
- j'ai collaboré
- tu as collaboré
- il/elle/on a collaboré
- nous avons collaboré
- vous avez collaboré
- ils/elles ont collaboré
Définir - Bepalen
Passé composé
- j'ai défini
- tu as défini
- il/elle/on a défini
- nous avons défini
- vous avez défini
- ils/elles ont défini
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Déléguer delegeren Delen Gekopieerd!
Passé composé
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') j'ai délégué | ik heb gedelegeerd |
tu as délégué | jij hebt gedelegeerd |
il/elle/on a délégué | hij/zij/men heeft gedelegeerd |
nous avons délégué | wij hebben gedelegeerd |
vous avez délégué | u hebt gedelegeerd |
ils/elles ont délégué | zij hebben gedelegeerd |
Collaborer samenwerken Delen Gekopieerd!
Passé composé
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') ai collaboré | ik heb samengewerkt |
(tu) as collaboré | jij hebt samengewerkt |
(il/elle/on) a collaboré | hij/zij/men heeft samengewerkt |
(nous) avons collaboré | wij hebben samengewerkt |
(vous) avez collaboré | u hebt samengewerkt |
(ils/elles) ont collaboré | zij hebben samengewerkt |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Frans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Les: Organisatie en taken delegeren in het Frans
In deze les leer je hoe je effectief een vergadering organiseert en taken verdeelt binnen een team, allemaal in het Frans. Het niveau is A2, wat betekent dat je basiskennis hebt van de Franse taal en je nu bezig bent met meer praktische en zakelijke communicatievaardigheden.
Belangrijke thema's en uitdrukkingen
- Organiseren van een vergadering: Je oefent met het plannen en bespreken van projecten, bijvoorbeeld: "Bonjour à tous, nous devons organiser le projet de cette semaine." (Hallo allemaal, we moeten het project voor deze week organiseren.)
- Taken delegeren: Wie doet wat? Je leert woorden en zinnen zoals "Je peux m'en charger." (Ik kan het doen.) en "Marie sera responsable du rapport." (Marie zal verantwoordelijk zijn voor het rapport.)
- Op kantoor instructies geven: Helder en duidelijk opdrachten geven met zinnen als "Peux-tu vérifier les e-mails ?" (Kun je de e-mails controleren?) en "Ensuite, prépare la présentation." (Maak daarna de presentatie klaar.)
- Telefoongesprekken over teamorganisatie: Telefonisch taken verdelen en verantwoordelijkheden bespreken, bijvoorbeeld: "Il faut répartir les tâches rapidement." (We moeten de taken snel verdelen.)
Belangrijke werkwoorden en vervoegingen
- déléguer (delegeren) – passé composé: j'ai délégué
- collaborer (samenwerken) – plus-que-parfait: j'avais collaboré
- organiser (organiseren) – passé composé: nous avons organisé
- donné (gegeven) – passé composé: elle a donné
Verschillen tussen het Nederlands en het Frans
In het Frans worden taken vaak expliciet gedelegeerd met de werkwoorden déléguer en confier. In het Nederlands gebruiken we meestal simpelweg "taken verdelen" of "iemand iets laten doen." De beleefdheidsvormen en stijl in zakelijke communicatie kunnen ook verschillen, waarbij het Frans soms iets formeler is in instructies.
Handige Franse uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld:
Je peux m'en charger. – Ik kan dat doen.
Peux-tu vérifier...? – Kun je ... controleren?
Marie sera responsable de... – Marie zal verantwoordelijk zijn voor...
Deze zinnen helpen je om professioneel en duidelijk te communiceren in een Franse werkomgeving.