Explorer (ontdekken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van explorer (ontdekken) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Explorer (ontdekken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 1: Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)

Les 1: Des plans de vacances (Vakantieplannen)

Infinitif Participe passé
Explorer (ontdekken) exploré (ontdekt)

Werkwoordsvervoegingen

Indicatif

Present 

Frans Nederlands
(je/j') j'explore ik ontdek
(tu) explores jij ontdekt
(il/elle/on) explore hij/zij/men ontdekt
(nous) explorons wij ontdekken
(vous) explorez jullie ontdekken/u ontdekt
(ils/elles) explorent zij ontdekken

Imparfait 

Frans Nederlands
(je/j') explorais ik ontdekte
(tu) explorais jij ontdekte
(il/elle/on) explorait hij/zij/men ontdekte
(nous) explorions wij ontdekten
(vous) exploriez jullie ontdekten
(ils/elles) exploraient zij ontdekten

Passé composé 

Frans Nederlands
(je/j') ai exploré ik heb ontdekt
(tu) as exploré jij hebt ontdekt
(il/elle/on) a exploré hij/zij/men heeft ontdekt
(nous) avons exploré wij hebben ontdekt
(vous) avez exploré u hebt ontdekt
(ils/elles) ont exploré zij hebben ontdekt

Plus-que-parfait 

Frans Nederlands
(je/j') avais exploré ik had ontdekt
(tu) avais exploré jij had ontdekt
(il/elle/on) avait exploré hij/zij/men had ontdekt
(nous) avions exploré wij hadden ontdekt
(vous) aviez exploré jullie hadden ontdekt
(ils/elles) avaient exploré zij hadden ontdekt

Futur simple 

Frans Nederlands
(je/j') explorerai ik zal ontdekken
(tu) exploreras jij zult ontdekken
(il/elle/on) explorera hij/zij/men zal ontdekken
(nous) explorerons wij zullen ontdekken
(vous) explorerez u zult ontdekken
(ils/elles) exploreront zij zullen ontdekken

Futur antérieur 

Frans Nederlands
(je/j') aurai exploré ik zal ontdekt hebben
(tu) auras exploré jij zult ontdekt hebben
(il/elle/on) aura exploré hij/zij/men zal ontdekt hebben
(nous) aurons exploré wij zullen hebben ontdekt
(vous) aurez exploré jullie zullen ontdekt hebben
(ils/elles) auront exploré zij zullen ontdekt hebben

Conditionnel

Conditionnel présent 

Frans Nederlands
(je/j') explorerais ik zou ontdekken
(tu) explorerais jij zou ontdekken
(il/elle/on) explorerait hij/zij/men zou ontdekken
(nous) explorerions wij zouden ontdekken
(vous) exploreriez u zou ontdekken
(ils/elles) exploreraient zij zouden ontdekken

Conditionnel passé 

Frans Nederlands
(je/j') aurais exploré ik zou hebben ontdekt
(tu) aurais exploré jij zou ontdekken
(il/elle/on) aurait exploré hij/zij/men zou ontdekt hebben
(nous) aurions exploré wij zouden hebben ontdekt
(vous) auriez exploré u zou ontdekken
(ils/elles) auraient exploré zij zouden ontdekt hebben

Subjonctif

Subjonctif présent 

Frans Nederlands
(je/j') explore ik ontdek
(tu) explores jij ontdekt
(il/elle/on) explore hij/zij/men ontdekt
(nous) explorions wij ontdekken
(vous) exploriez u ontdekte
(ils/elles) explorent zij ontdekken

Subjonctif passé 

Frans Nederlands
(je/j') que j’aie exploré dat ik ontdekt heb
(tu) que tu aies exploré jij hebt ontdekt
(il/elle/on) qu’il/elle/on ait exploré hij/zij/men heeft ontdekt
(nous) que nous ayons exploré wij ontdekt hebben
(vous) que vous ayez exploré u hebt ontdekt
(ils/elles) qu’ils/elles aient exploré zij hebben ontdekt

Impératif

Impératif 

Frans Nederlands
Ontdek
Explore ! ontdek!