Manger (eten)

Manger (eten)

Leer het werkwoord "eten" te vervoegen in het Frans: tegenwoordige tijd, onvoltooid tegenwoordige wijs

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Manger (eten)

Nourriture quotidienne (Dagelijks eten)

Frans
(je/j') je mange / j'aime manger
tu manges
(il/elle/on) il mange / elle mange / on mange
nous mangeons
vous mangez
(ils/elles) ils mangent / elles mangent