Planter (planten)

Planter (planten)

Leer het werkwoord "planter" te vervoegen in het Frans: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Planter (planten)

Plantes d'intérieur et de jardin (Kamerplanten en tuinplanten)

Frans
(je/j') je plante
tu plantes
il/elle/on plante
nous plantons
vous plantez
ils/elles plantent