Se brosser (zich poetsen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van se brosser (zich poetsen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Se brosser (zich poetsen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 4: Mode de vie (Levensstijl)

Les 22: Hygiène personnelle (Persoonlijke hygiëne)

Infinitif Participe passé
Se brosser (zich poetsen) brossé (gepoetst)

Werkwoordsvervoegingen

Indicatif

Present 

Frans Nederlands
(je/j') me brosse ik poets me
(tu) te brosses jij poetst je
(il/elle/on) se brosse hij/zij/men poetst zich
nous brossons wij poetsen ons
vous brossez jullie poetsen uzelf
(ils/elles) se brossent zij poetsen zich

Imparfait 

Frans Nederlands
(je/j') me brossais ik poetste me
(tu) te brossais jij poetste je
(il/elle/on) se brossait hij/zij/men poetste zich
nous brossions wij poetsten ons
vous brossiez u poetste
(ils/elles) se brossaient zij poetsten

Passé composé 

Frans Nederlands
(je/j') me suis brossé(e) ik heb me gepoetst
(tu) t'es brossé(e) jij hebt je gepoetst
(il/elle/on) s'est brossé(e) hij/zij/men heeft zich gepoetst
nous sommes brossé(e)s wij hebben ons gepoetst
vous êtes brossé(e)(s) jullie hebben je gepoetst
(ils/elles) se sont brossé(e)s zij hebben zich gepoetst

Plus-que-parfait 

Frans Nederlands
(je/j') je m'étais brossé / je m'étais brossée ik had me gepoetst
tu t'étais brossé / tu t'étais brossée jij had je geborsteld / jij had je geborsteld
(il/elle/on) il s'était brossé / elle s'était brossée / on s'était brossé(e)(s) (hij/zij/men) hij had zich gepoetst
nous nous étions brossé(s) / nous nous étions brossées wij hadden ons gepoetst
vous vous étiez brossé(s) / vous vous étiez brossée(s) jullie hadden zich gepoetst / u had zich gepoetst
(ils/elles) ils s'étaient brossés / elles s'étaient brossées zij hadden zich gepoetst / zij hadden zich gepoetst

Futur simple 

Frans Nederlands
(je/j') je me brosserai ik zal me poetsen
tu te brosseras jij zult je poetsen
il/elle/on se brossera hij/zij/men zal zich poetsen
nous nous brosserons wij zullen ons poetsen
vous vous brosserez jullie zullen zich poetsen
ils/elles se brosseront zij zullen zich poetsen

Futur antérieur 

Frans Nederlands
(je/j') me serai brossé / me serai brossée ik zal me hebben gepoetst
(tu) te seras brossé / te seras brossée jij zal je gepoetst hebben
(il/elle/on) se sera brossé / se sera brossée hij/zij/men zal zich gepoetst hebben
nous serons brossés / nous serons brossées wij zullen ons gepoetst hebben / wij zullen ons gepoetst hebben
vous serez brossés / vous serez brossées jullie zullen je poetsen / u zult zich poetsen
(ils/elles) se seront brossés / se seront brossées zij zullen zich hebben gepoetst

Conditionnel

Conditionnel présent 

Frans Nederlands
(je/j') me brosserais ik zou me poetsen
(tu) te brosserais jij zou je poetsen
(il/elle/on) se brosserait hij/zij/men zou zich poetsen
nous brosserions wij zouden ons poetsen
vous brosseriez jullie zouden zich poetsen
(ils/elles) se brosseraient zij zouden zich poetsen

Conditionnel passé 

Frans Nederlands
(je/j') me serais brossé/e Ik zou me hebben gepoetst
(tu) te serais brossé/e jij zou je poetsen
(il/elle/on) se serait brossé/e hij/zij/men zou zich hebben gepoetst
nous serions brossé/e/s wij zouden ons poetsen
vous seriez brossé/e/s u zou zich poetsen
(ils/elles) se seraient brossé/e/s zij zouden zich hebben gepoetst

Subjonctif

Subjonctif présent 

Frans Nederlands
(je/j') me brosse ik poets me
(tu) te brosseras / te brosses jij je poets
(il/elle/on) se brosse hij/zij/men zich poetst
nous brossions wij ons poetsen
vous brossiez dat u poetst
(ils/elles) se brossent zij poetsen zich

Subjonctif passé 

Frans Nederlands
(je/j') que je me sois brossé / brossée ik me heb gepoetst
(tu) que tu te sois brossé / brossée jij dat je je hebt gepoetst
(il/elle/on) qu'il se soit brossé / qu'elle se soit brossée / qu'on se soit brossé / brossée hij/zij/men zou zich gepoetst hebben
(nous) que nous nous soyons brossé / brossées wij ons hebben gepoetst
(vous) que vous vous soyez brossé / brossée / brossés / brossées jij je hebt gepoetst / u heeft gepoetst
(ils/elles) qu'ils se soient brossés / qu'elles se soient brossées zij dat zij zich gepoetst hebben / dat zij zich gepoetst hebben

Impératif

Impératif 

Frans Nederlands
Brosse-toi! Poets jezelf!
Brosse-toi! Poets jezelf!