A2.22 - Persoonlijke hygiëne
Haal je boekParler des produits et des routines d'hygiène.
Expliquez quels produits d'hygiène vous souhaitez dans le magasin.
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Grammatica: Bezittelijke voornaamwoorden (le mien, le tien, le sien, le nôtre, le vôtre, le leur)
StartenBezittelijke voornaamwoorden geven aan van wie een voorwerp is.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.