S'inscrire (zich inschrijven) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van s'inscrire (zich inschrijven) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 S'inscrire (zich inschrijven) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 2: Société et gouvernement (Maatschappij en overheid)

Les 12: Mon temps à l'école (Mijn tijd op school)

Infinitif Participe passé
S'inscrire (zich inschrijven) inscrit (zich inschrijven)

Werkwoordsvervoegingen

Indicatif

Present 

Frans Nederlands
(je/j') présent de l'indicatif ik schrijf me in
(tu) m'inscris jij schrijft je in
(il/elle/on) t'inscris hij/zij/men schrijft zich in
(nous) s'inscrit wij schrijven ons in
(vous) nous inscrivons u schrijft zich in
(ils/elles) vous inscrivez zij schrijven zich in

Imparfait 

Frans Nederlands
(je/j') m'inscrivais ik schreef me in
(tu) t'inscrivais jij schreef je in
(il/elle/on) s'inscrivait hij/zij/men schreef zich in
nous inscrivions wij schreven ons in
vous inscriviez u schreef zich in
(ils/elles) s'inscrivaient zij schreven zich in

Passé composé 

Frans Nederlands
(je/j') me suis inscrit(e) ik heb me ingeschreven
(tu) t'es inscrit(e) jij bent ingeschreven
(il/elle/on) s'est inscrit(e) hij/zij/men heeft zich ingeschreven
nous sommes inscrit(e)s wij hebben ons ingeschreven
vous êtes inscrit(e)(s) u bent ingeschreven
(ils/elles) se sont inscrit(e)s zij hebben zich ingeschreven

Plus-que-parfait 

Frans Nederlands
(je/j') m’étais inscrit / me suis inscrit ik had me ingeschreven
(tu) t’étais inscrit / t’es inscrit jij was ingeschreven / jij bent ingeschreven
(il/elle/on) s’était inscrit / s’est inscrit hij/zij/men had zich ingeschreven
nous étions inscrits / nous sommes inscrits wij hadden ons ingeschreven / wij hebben ons ingeschreven
vous étiez inscrits / vous êtes inscrits jullie waren ingeschreven / jullie zijn ingeschreven
(ils/elles) s’étaient inscrits / se sont inscrits zij hadden zich ingeschreven

Futur simple 

Frans Nederlands
(je/j') m'inscrirai ik zal mij inschrijven
(tu) t'inscriras jij zult je inschrijven
(il/elle/on) s'inscrira hij/zij/men zal zich inschrijven
nous inscrirons we zullen ons inschrijven
vous inscrirez u zult zich inschrijven
(ils/elles) s'inscriront zij zullen zich inschrijven

Futur antérieur 

Frans Nederlands
(je/j') me serai inscrit(e)/inscrit ik zal me hebben ingeschreven
(tu) te seras inscrit(e)/inscrit jij zal je hebben ingeschreven
(il/elle/on) se sera inscrit(e)/inscrit hij/zij/men zal zich hebben ingeschreven
nous serons inscrit(e)s/inscrits wij zullen ons hebben ingeschreven
vous serez inscrit(e)(s)/inscrit(s) u zult zich inschrijven
(ils/elles) se seront inscrit(e)s/inscrits zij zullen zich ingeschreven hebben

Conditionnel

Conditionnel présent 

Frans Nederlands
(je/j') m'inscrirais ik zou me inschrijven
(tu) t'inscrirais jij zou je inschrijven
(il/elle/on) s'inscrirait hij/zij/men zou zich inschrijven
nous inscririons wij zouden ons inschrijven
vous inscririez u zou zich inschrijven
(ils/elles) s'inscriraient zij zouden zich inschrijven

Conditionnel passé 

Frans Nederlands
(je/j') me serais inscrit / me serais inscrite ik zou me hebben ingeschreven
(tu) te serais inscrit / te serais inscrite jij zou je inschrijven
(il/elle/on) se serait inscrit / se serait inscrite hij/zij/men zou zich hebben ingeschreven
nous serions inscrits / nous serions inscrites wij zouden ons inschrijven
vous seriez inscrits / vous seriez inscrites u zou zich inschrijven
(ils/elles) se seraient inscrits / se seraient inscrites zij zouden zich ingeschreven hebben

Subjonctif

Subjonctif présent 

Frans Nederlands
(je/j') m’inscrive ik mij inschrijf
(tu) t’inscrives jij schrijft je in
(il/elle/on) s’inscrive hij/zij/men zich inschrijve
nous inscrivions wij zich inschrijven
vous inscriviez jullie zich inschrijven
(ils/elles) s’inscrivent zij schrijven zich in

Subjonctif passé 

Frans Nederlands
(je/j') que je me sois inscrit / que je me sois inscrite ik me ingeschreven heb
(tu) que tu te sois inscrit / que tu te sois inscrite jij dat jij je ingeschreven hebt
(il/elle/on) qu’il se soit inscrit / qu’elle se soit inscrite / qu’on se soit inscrit(s)/inscrite(s) hij/zij/men zich ingeschreven heeft
(nous) que nous nous soyons inscrits / que nous nous soyons inscrites dat wij ons ingeschreven hebben
(vous) que vous vous soyez inscrit / que vous vous soyez inscrite / que vous vous soyez inscrits / que vous vous soyez inscrites dat u zich heeft ingeschreven
(ils/elles) qu’ils se soient inscrits / qu’elles se soient inscrites zij dat ze zich hebben ingeschreven

Impératif

Impératif 

Frans Nederlands
Inscrivons-nous! schrijf je in
Inscris-toi! Schrijf u in!