Utiliser (gebruiken) - Present, indicatif (Présent, indicatief)

 Utiliser (gebruiken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Utiliser - Vervoeging van gebruiken in het Frans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief. (Present, indicatif).

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Utiliser (gebruiken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leerplan: Franse les - Services quotidiens (Dagelijkse diensten)

Verbuiging van gebruiken in de tegenwoordige tijd

Frans Nederlands
(je/j') utilise ik gebruik
(tu) utilises jij gebruikt
(il/elle/on) utilise hij/zij/men gebruikt
(nous) utilisons wij gebruiken
(vous) utilisez jullie gebruiken
(ils/elles) utilisent zij gebruiken

Voorbeeldzinnen

Frans Nederlands
J'utilise la carte à la banque aujourd'hui. Ik gebruik de kaart bij de bank vandaag.
Tu utilises la poste près de l'école. Jij gebruikt het postkantoor bij de school.
Il utilise le plan pour trouver la pharmacie. Hij gebruikt de plattegrond om de apotheek te vinden.
Nous utilisons la bibliothèque tous les jours. Wij gebruiken de bibliotheek elke dag.
Vous utilisez la station essence près du gymnase. U gebruikt het benzinestation bij de sportschool.
Ils utilisent le service du plombier ce matin. zij gebruiken de loodgietersdienst vanmorgen