Vivre (leven)

Vivre (leven)

Leer het werkwoord "leven" vervoegen in het Frans: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Vivre (leven)

D'où venez-vous? (Waar kom je vandaan?)

Frans
(je/j') vis
(tu) vis
(il/elle/on) vit
(nous) vivons
(vous) vivez
(ils/elles) vivent