Andare (gaan) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Andare (gaan) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Andare - Vervoeging van gaan in het Italiaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Andare (gaan) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Italiaanse les - Stagioni, mesi e parti dell'anno (Seizoenen, maanden en delen van het jaar)

vervoeging van gaan in de tegenwoordige tijd

Italiaans Nederlands
(io) vado ik ga
(tu) vai jij gaat
(lui/lei) va hij/zij gaat
(noi) andiamo wij gaan
(voi) andate jullie gaan
(loro) vanno zij gaan

Voorbeeldzinnen

Italiaans Nederlands
Vado in primavera al parco con il sole. Ik ga in de lente naar het park met de zon.
Vai al mare in estate con la tua famiglia? Ga je in de zomer met je familie naar zee?
Va a scuola anche a Novembre quando piove. Hij gaat ook in november naar school als het regent.
Andiamo all'autunno per vedere le foglie cadere. wij gaan naar de herfst om de bladeren te zien vallen.
Andate in inverno a sciare sulla montagna? Gaan jullie in de winter skiën op de berg?
Vanno a Gennaio quando nevica molto. Zij gaan in januari wanneer het veel sneeuwt.