Leer in deze les de Italiaanse namen van seizoenen zoals 'l'estate' (de zomer) en maanden als 'dicembre' (december), en gebruik de constructie 'stare per' om aan te geven dat iets bijna gebeurt, bijvoorbeeld 'sto per andare' (ik sta op het punt te gaan).
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (20) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Classificeer de woorden in twee categorieën: seizoenen en maanden, om je te helpen de woordenschat van het jaar beter te onthouden.
Le stagioni
I mesi
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Febbraio
Februari
2
Marzo
Maart
3
Andare
Gaan
4
La primavera
De lente
5
Ottobre
Oktober
Esercizio 5: Gespreksoefening
Istruzione:
- Kun je de seizoenen en maanden noemen? (Kun je de seizoenen en maanden noemen?)
- Hoe is het weer in elk seizoen? (Hoe is het weer in elk seizoen?)
- Welke maanden vallen in welk seizoen? (Welke maanden horen bij elk seizoen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Ci sono tre mesi in estate: giugno, luglio e agosto. Er zijn drie maanden in de zomer: juni, juli en augustus. |
In estate fa caldo. In de zomer is het heet. |
Settembre, ottobre e novembre sono in autunno, e spesso piove. September, oktober en november zijn in de herfst, en het regent vaak. |
Dicembre, gennaio e febbraio sono i mesi invernali. December, januari en februari zijn de wintermaanden. |
Nei mesi invernali a volte nevica. In de wintermaanden sneeuwt het soms. |
Marzo, aprile e maggio sono i mesi primaverili e il tempo è fresco. Maart, april en mei zijn de lentemaanden en het weer is fris. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. In aprile, io ___ per andare al mare perché preferisco il clima dell'estate.
(In april ___ ga ik naar zee omdat ik de zomerse klimaat prefereer.)2. Tu ___ per cambiare casa a giugno, quando le giornate diventano più lunghe.
(Jij ___ gaat verhuizen in juni, wanneer de dagen langer worden.)3. Loro ___ per partire per le vacanze in agosto, la stagione più calda in Italia.
(Zij ___ gaan op vakantie in augustus, de warmste tijd in Italië.)4. Noi ___ per visitare le montagne in dicembre, quando sta per arrivare l'inverno.
(Wij ___ gaan naar de bergen in december, wanneer de winter eraan komt.)Oefening 8: Voorbereiden op de zomer in Italië
Instructie:
Werkwoordschema's
Preferire - Preferire
Presente
- io preferisco
- tu preferisci
- lui/lei preferisce
- noi preferiamo
- voi preferite
- loro preferiscono
Andare - Andare
Presente
- io vado
- tu vai
- lui/lei va
- noi andiamo
- voi andate
- loro vanno
Stare - Stare
Presente
- io sto
- tu stai
- lui/lei sta
- noi stiamo
- voi state
- loro stanno
Oefening 9: Stare per + infinito
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Stare per + infinitief
Toon vertaling Toon antwoordensta, stanno, stiamo, stai, Sta, sto
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Preferire voorkeur geven Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) preferisco | ik geef voorkeur aan |
(tu) preferisci | jij geeft voorkeur |
(lui/lei) preferisce | hij/zij geeft voorkeur aan |
(noi) preferiamo | wij geven de voorkeur |
(voi) preferite | jullie geven voorkeur |
(loro) preferiscono | zij geven voorkeur |
Andare gaan Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) vado | ik ga |
(tu) vai | jij gaat |
(lui/lei) va | hij/zij gaat |
(noi) andiamo | wij gaan |
(voi) andate | jullie gaan |
(loro) vanno | zij gaan |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Seizoenen, maanden en delen van het jaar in het Italiaans
Deze les richt zich op het leren van de Italiaanse namen voor seizoenen en maanden, en hoe je deze woorden kunt gebruiken in zinnen. Ook leer je de constructie stare per + infinitief om acties aan te geven die op het punt staan te gebeuren, wat heel gebruikelijk is in het Italiaans.
Belangrijke woordenschat
- Seizoenen: l'inverno, la primavera, l'estate, l'autunno
- Maanden: gennaio, aprile, agosto, dicembre
Gebruik van "stare per" + infinitief
De combinatie stare per + infinitief wordt gebruikt om aan te geven dat iets bijna gaat gebeuren, bijvoorbeeld:
- Io sto per andare al mare a luglio perché mi piace l'estate.
- A dicembre stiamo per festeggiare Natale con la famiglia.
Deze constructie is vergelijkbaar met het Nederlandse "op het punt staan om te".
Seizoenen en weerbeschrijving
Je leert hoe je typische weersomstandigheden en kenmerken van elk seizoen kunt beschrijven, bijvoorbeeld:
- In inverno fa molto freddo e spesso nevica.
- In autunno il tempo diventa più fresco e spesso piove.
Voorbeeldzinnen en gespreksoefeningen
De les bevat ook dialogen waarmee je kunt oefenen hoe je praat over je favoriete seizoen, de maanden en de bijbehorende activiteiten, en persoonlijke plannen door het jaar heen. Bijvoorbeeld:
- Qual è la tua stagione preferita?
- Mi piace l'estate perché posso andare al mare.
- Tu stai per andare alla festa di primavera?
Verschillen tussen Italiaans en Nederlands
In het Italiaans wordt de constructie stare per + infinitief vaak gebruikt om een nabije toekomst uit te drukken, terwijl het Nederlands hiervoor meestal de uitdrukking "op het punt staan om te" of de tegenwoordige tijd gebruikt. Daarnaast zijn de Italiaanse seizoensnamen meestal mannelijk of vrouwelijk bepaald (bijvoorbeeld l'estate is vrouwelijk), wat verschilt van het Nederlands waar seizoenen onzijdig zijn. Een handig woord is preferire (verkiezen), dat je vaak tegenkomt in voorbeelden zoals "Preferisco la primavera perché ci sono tanti fiori che sbocciano" (Ik geef de voorkeur aan de lente omdat er veel bloemen bloeien).