Camminare (wandelen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Camminare - Vervoeging van wandelen in het Italiaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Camminare (wandelen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Syllabus: Italiaanse les - Trasporto (Transport)
Verbuiging van wandelen in de tegenwoordige tijd
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) cammino | ik wandel |
(tu) cammini | jij wandelt |
(lui/lei) cammina | hij/zij wandelt |
(noi) camminiamo | wij wandelen |
(voi) camminate | jullie wandelen |
(loro) camminano | zij wandelen |
Voorbeeldzinnen
Italiaans | Nederlands |
---|---|
Cammino a piedi fino alla stazione ogni mattina. | Ik wandel elke ochtend te voet naar het station. |
Cammini velocemente per prendere l'autobus. | Je wandelt snel om de bus te nemen. |
Lei cammina vicino alla macchina parcheggiata. | Zij wandelt dicht bij de geparkeerde auto. |
Camminiamo insieme e poi prendiamo il treno. | Wij wandelen samen en nemen daarna de trein. |
Camminate sempre sulla strada quando non c'è il taxi. | Jullie wandelen altijd op de straat als er geen taxi is. |
Loro camminano a piedi per comprare il biglietto. | Zij wandelen te voet om het kaartje te kopen. |