Beschrijf de verschillende soorten vervoer.
Koop een vervoerbewijs.
Beschrijf het vervoer tussen plaatsen.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Wat is multimodaliteit?
Tommaso komt te laat voor een afspraak en Marta stelt voor om de volgende keer het openbaar vervoer te gebruiken.
Grammatica: Voorzetsels van plaats: andare in, andare a, per, da, enz.
Voorzetsels van plaats worden gebruikt om beweging uit te drukken.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!