Prendere (nemen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Prendere (nemen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Prendere - Vervoeging van nemen in het Italiaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief. (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Prendere (nemen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Italiaanse les - Fare la spesa (Boodschappen doen)

Vervoeging van nemen in de tegenwoordige tijd

Italiaans Nederlands
(io) prendo ik neem
(tu) prendi jij neemt
(lui/lei) prende hij/zij neemt
(noi) prendiamo wij nemen
(voi) prendete jullie nemen
(loro) prendono zij nemen

Voorbeeldzinnen

Italiaans Nederlands
Io prendo la frutta dal mercato. Ik neem het fruit van de markt.
Tu prendi il succo dal supermercato. jij neemt het sap bij de supermarkt
Lei prende i biscotti dalla lista. Hij/zij neemt de koekjes van de lijst.
Noi prendiamo la verdura fresca oggi. Wij nemen vandaag de verse groente.
Voi prendete la carne dalla cassa. Jullie nemen het vlees uit de kist.
Loro prendono il pesce al banco. Zij nemen de vis bij de toonbank.