Dragen (dragen) - Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

 Dragen (dragen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Dragen - Vervoeging van Dragen in het Nederlands: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs).

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Dragen (dragen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Nederlandse les - In de kledingwinkel (In de kledingwinkel)

Vervoeging van dragen in de Onvoltooid Tegenwoordige Tijd (OTT)

Nederlands Nederlands
(ik) draag (ik) draag
(jij) draagt/draag (jij) draagt/draag
(hij/zij/het) draagt (hij/zij/het) draagt
(wij) dragen (wij) dragen
(jullie) dragen (jullie) dragen
(zij) dragen (zij) dragen

Voorbeeldzinnen

Nederlands Nederlands
Ik draag vandaag een blauwe trui. Ik draag vandaag een blauwe trui.
Draagt jij de jas bij de winkel? Draagt jij de jas bij de winkel?
Hij draagt altijd zijn favoriete spijkerbroek. Hij draagt altijd zijn favoriete spijkerbroek.
Wij dragen de mutsen naar de markt. Wij dragen de mutsen naar de markt.
Jullie dragen de schoenen tijdens het winkelen. Jullie dragen de schoenen tijdens het winkelen.
Zij dragen vaak een rode jurk in de zomer. Zij dragen vaak een rode jurk in de zomer.