Veranderen (veranderen)

Veranderen (veranderen)

Leer het werkwoord "veranderen" te vervoegen in het voltooid tegenwoordige tijd, indicatief.

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT), aantonende wijs (Voltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Veranderen (veranderen)

Seizoenen, maanden en delen van het jaar (Seizoenen, maanden en delen van het jaar)

Nederlands
(ik) heb veranderd
(jij/je/u) hebt veranderd / hebt veranderd
(hij/zij/ze/het) heeft veranderd
(wij/we) hebben veranderd
(jullie) hebben veranderd
(zij/ze) hebben veranderd