Leer de seizoenen en maanden.
Beschrijf het weer in elk seizoen en elke maand.
Geavanceerd: vertel wat je doet in welke maand van het jaar.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Mijn favoriete seizoen!
Wat is de beste activiteit in elk seizoen?
Grammatica: Toekomende tijd met 'gaan'
Gebruik 'gaan' + infinitief om een actie in de toekomst te beschrijven, zoals 'Ik ga koken', 'Hij gaat studeren'.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!