Vliegen (vliegen)

Vliegen (vliegen)

Leer het werkwoord "vliegen" te vervoegen in het Nederlands: tegenwoordige tijd in de onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Vliegen (vliegen)

Transport (Transport)

Nederlands
(ik) vlieg
(jij/je) vliegt/vlieg
(hij/zij/ze/het) vliegt
(wij/we) vliegen
(jullie) vliegen
(zij/ze) vliegen