Boleć (bolen)
Vervoeging van boleć (pijn doen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
Categorie: a1
Module 3: Z dnia na dzień (Dag tot dag)
Les 22: Części ciała (Lichaamsdelen)
Werkwoordsvormen
| Tryb oznajmujący (Indicatieve wijs) | ||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Czas teraźniejszy
|
Czas przeszły
|
Czas przyszły
|
||||||||||||||||||
| Tryby warunkowe (Voorwaardelijke wijs) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Tryb warunkowy
|
| Tryb rozkazujący (Gebiedende wijs) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
Tryb rozkazujący |