Czytać (lezen)

Czytać (lezen)

Leer het werkwoord "lezen" vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Czytać (lezen)

Opisywanie zainteresowań (Hobby's beschrijven)

Pools
(ja) czytam
(ty) czytasz
(on/ona/ono) czyta
(my) czytamy
(wy) czytacie
(oni/one) czytają