Podróżować (reizen)

Podróżować (reizen)

Leer het werkwoord "reizen" vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Podróżować (reizen)

Opisywanie zainteresowań (Hobby's beschrijven)

Pools
(ja) podróżuję
(ty) podróżujesz
(on/ona/ono) podróżuje
(my) podróżujemy
(wy) podróżujecie
(oni/one) podróżują