Spędzać (doorbrengen)

Spędzać (doorbrengen)

Leer het werkwoord "doorbrengen" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aanwijzende wijs.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Spędzać (doorbrengen)

Daty kalendarzowe i święta (Kalenderdata en feestdagen)

Pools
(ja) spędzam
(ty) spędzasz
(on/ona/ono) spędza
(my) spędzamy
(wy) spędzacie
(oni/one) spędzają