Aankomen (llegar)

Aankomen (llegar)

Aprende a conjugar el verbo "llegar" en neerlandés: presente continuo, tiempo de modo indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Presente Incompleto, modo imperativo)

Todas las conjugaciones y tiempos: Aankomen (llegar)

Hoe laat is het? De klok lezen. (Decir la hora y leer el reloj.)

Neerlandés
(ik) kom aan
(jij/je/u) komt aan/kom aan
(hij/zij/ze/het) komt aan
(wij/we) komen aan
(jullie) komen aan
(zij/ze) komen aan