Nemen (tomar)

Nemen (tomar)

Aprende a conjugar el verbo "Tomar" en neerlandés: presente continuo, modo indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Presente Incompleto, modo imperativo)

Todas las conjugaciones y tiempos: Nemen (tomar)

Eten bestellen en uit eten gaan (Pedir comida y salir a cenar)

Neerlandés
(ik) neem
(jij/je/u) neemt / neem
(hij/zij/ze/het) neemt
(wij/we) nemen
(jullie) nemen
(zij/ze) nemen