Ontmoeten (encontrarse)

Ontmoeten (encontrarse)

Aprender a conjugar el verbo "Encontrar" en holandés: tiempo presente continuo, modo indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Presente Incompleto, modo imperativo)

Todas las conjugaciones y tiempos: Ontmoeten (encontrarse)

Karakter en persoonlijkheid (Carácter y personalidad)

(ik) ontmoet
(jij/je) ontmoet
(hij/zij/ze/het) ontmoet
(wij/we) ontmoeten
(jullie) ontmoeten
(zij/ze) ontmoeten