Openen (abrir)

Openen (abrir)

Aprende a conjugar el verbo "Abrir" en holandés: presente continuo, modo indicativo

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Presente Incompleto, modo imperativo)

Todas las conjugaciones y tiempos: Openen (abrir)

Meubilair (Muebles)

Neerlandés
(ik) open
(jij/je/u) opent
(hij/zij/ze/het) opent
(wij/we) openen
(jullie) openen
(zij/ze) openen