Zich voorstellen (presentarse)
Conjugación de zich voorstellen (presentarse) para todos los tiempos verbales con frases de ejemplo y ejercicios.
| Infinitief |
Voltooid deelwoord |
| Zich voorstellen
(presentarse)
|
zich voorgesteld
(presentarse)
|
Tiempos verbales
|
Aantonende wijs
|
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| Neerlandés |
| (ik) stel me voor |
| (jij/je/u) stelt je voor / stel je voor |
| (hij/zij/ze/het) stelt zich voor |
| (wij/we) stellen ons voor |
| (jullie) stellen je voor |
| (zij/ze) stellen zich voor |
|
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| Neerlandés |
| (ik) stelde me voor |
| (jij/je/u) stelde je voor |
| (hij/zij/ze/het) stelde zich voor |
| (wij/we) stelden ons voor |
| (jullie) stelden je voor |
| (zij/ze) stelden zich voor |
|
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| Neerlandés |
| (ik) heb me voorgesteld |
| (jij/je/u) hebt je voorgesteld |
| (hij/zij/ze/het) heeft zich voorgesteld |
| (wij/we) hebben ons voorgesteld |
| (jullie) hebben je voorgesteld |
| (zij/ze) hebben zich voorgesteld |
|
Voltooid verleden tijd (VVT)
| Neerlandés |
| (ik) heb me voorgesteld |
| (jij/je/u) hebt je voorgesteld |
| (hij/zij/ze/het) heeft zich voorgesteld |
| (wij/we) hebben ons voorgesteld |
| (jullie) hebben je voorgesteld |
| (zij/ze) hebben zich voorgesteld |
|
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| Neerlandés |
| (ik) zal me hebben voorgesteld |
| (jij/je/u) zult/zal je hebben voorgesteld |
| (hij/zij/ze/het) zal zich hebben voorgesteld |
| (wij/we) zullen ons hebben voorgesteld |
| (jullie) zullen je hebben voorgesteld |
| (zij/ze) zullen zich hebben voorgesteld |
|
Voltooid toekomende tijd (VTTk)
| Neerlandés |
| (ik) zal/zou mij hebben voorgesteld |
| (jij/je/u) zult/zou jij je hebben voorgesteld |
| (hij/zij/ze/het) zal/zou zich hebben voorgesteld |
| (wij/we) zullen/zouden ons hebben voorgesteld |
| (jullie) zullen/zouden je hebben voorgesteld |
| (zij/ze) zullen/zouden zich hebben voorgesteld |
|
|
Conditionele wijs
|
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| Neerlandés |
| (ik) zou me voorstellen |
| (jij/je/u) zou je voorstellen |
| (hij/zij/ze/het) zou zich voorstellen |
| (wij/we) zouden ons voorstellen |
| (jullie) zouden je/jullie voorstellen |
| (zij/ze) zouden zich voorstellen |
|
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| Neerlandés |
| (ik) zou mij hebben voorgesteld |
| (jij/je/u) zou je hebben voorgesteld |
| (hij/zij/ze/het) zou zich hebben voorgesteld |
| (wij/we) zouden ons hebben voorgesteld |
| (jullie) zouden je hebben voorgesteld |
| (zij/ze) zouden zich hebben voorgesteld |
|
|
Imperatief (gebiedende wijs)
|
Gebiedende wijs
|