Meenemen (emporter)

Meenemen (emporter)

Apprenez à conjuguer le verbe « Emporter » en néerlandais : temps présent continu, mode indicatif

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Présent de l'indicatif, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Meenemen (emporter)

Je bagage pakken (Faire vos valises)

Néerlandais
(ik) neem mee
(jij/je/u) neemt mee / neem je mee
(hij/zij/ze/het) neemt mee
(wij/we) nemen mee
(jullie) nemen mee
(zij/ze) nemen mee