Organiseren (organiser)

Organiseren (organiser)

Apprenez à conjuguer le verbe « organiser » en néerlandais : temps futur antérieur, mode indicatif

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk), aantonende wijs (Futur antérieur, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Organiseren (organiser)

Organisatie en delegatie (Organisation et délégation)

Néerlandais
(ik) zal organiseren
(jij/je) zult organiseren / zal organiseren
(hij/zij/ze/het) zal organiseren
(wij/we) zullen organiseren
(jullie) zullen organiseren
(zij/ze) zullen organiseren