Voelen (sentir)

Voelen (sentir)

Apprenez à conjuguer le verbe « Sentir » en néerlandais : présent continu, temps de l'indicatif

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Présent de l'indicatif, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Voelen (sentir)

Zintuigen en waarnemen (Sens et perception)

Néerlandais
(ik) voel
(jij/je/u) voelt/voel
(hij/zij/ze/het) voelt
(wij/we) voelen
(jullie) voelen
(zij/ze) voelen