Vullen (remplir)
Apprenez à conjuguer le verbe « remplir » en néerlandais : temps présent parfait, mode indicatif
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT), aantonende wijs (Passé composé, indicatif)
Toutes les conjugaisons et les temps: Vullen (remplir)
Je bagage pakken (Faire vos valises)
| Néerlandais |
|---|
| ik heb gevuld |
| (jij/je/u) jij hebt gevuld / heb jij gevuld |
| (hij/zij/ze/het) hij/zij/het heeft gevuld |
| (wij/we) wij hebben gevuld |
| jullie hebben gevuld |
| (zij/ze) zij hebben gevuld |