Wegen (peser)

Wegen (peser)

Apprenez à conjuguer le verbe « peser » en néerlandais : passé antérieur, mode indicatif

Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Imparfait, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Wegen (peser)

Koken en bakken (Cuisine et pâtisserie)

Néerlandais
(ik) woog
(jij/je) woog/woogde
(hij/zij/ze/het) woog
(wij/we) wogen
(jullie) wogen
(zij/ze) wogen