Zich voorstellen (se présenter)

Zich voorstellen (se présenter)

Apprenez à conjuguer le verbe « Se présenter » en néerlandais : temps présent progressif, mode indicatif

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Présent de l'indicatif, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Zich voorstellen (se présenter)

Je naam zeggen (Dire ton nom)

Néerlandais
(ik) stel me voor
(jij/je/u) stelt je voor / stel je voor
(hij/zij/ze/het) stelt zich voor
(wij/we) stellen ons voor
(jullie) stellen je voor
(zij/ze) stellen zich voor