Denken (denunciare)

Denken (denunciare)

Impara a coniugare il verbo "Pensare" in olandese: passato prossimo, modo indicativo

Voltooid verleden tijd (VVT), aantonende wijs (Passato prossimo, indicativo)

Tutte le coniugazioni e i tempi: Denken (denunciare)

Vakantieramp? (Vacanza disastrosa?)

(ik) had gedacht
(jij/je) had gedacht
(hij/zij/ze/het) had gedacht
(wij/we) hadden gedacht
(jullie) hadden gedacht
(zij/ze) hadden gedacht