Ausleihen (lenen)

Ausleihen (lenen)

Leer het werkwoord "lenen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Ausleihen (lenen)

In der Bibliothek (In de bibliotheek)

Duits
(ich) leihe aus
(du) leihst aus
(er/sie/es) leiht aus
(wir) leihen aus
(ihr) leiht aus
(sie) leihen aus