In dieser Lektion lernen Sie, wie Sie in der Bibliothek nach Büchern fragen und über Romane, Märchen und Autoren sprechen. Wichtige Vokabeln sind ausleihen, Autor, Märchen und sich interessieren.
Woordenschat (15) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Übung 1: Gespreksoefening
Anleitung:
- Je bent op zoek naar een boek en vraagt de secretaresse waar je het kunt vinden. (Je bent op zoek naar een boek en vraagt de secretaresse waar je het kunt vinden.)
- Beschrijf een boek dat je onlangs hebt gelezen en leuk vond. (Beschrijf een boek dat je recent hebt gelezen en leuk vond.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ich _______ mich sehr für klassische Romane.
(Ik _______ me erg voor klassieke romans.)2. Magst du Krimis? Ich _______ mich auch dafür.
(Hou je van misdaadverhalen? Ik _______ me er ook voor.)3. Kann ich den Roman heute _______?
(Mag ik de roman vandaag _______?)4. Ich _______ gestern einen spannenden Krimi _______.
(Ik _______ gisteren een spannende misdaadroman _______.)Oefening 4: In de bibliotheek
Instructie:
Werkwoordschema's
Sich interessieren - Zich interesseren
Präsens
- ich interessiere mich
- du interessierst dich
- er/sie/es interessiert sich
- wir interessieren uns
- ihr interessiert euch
- sie/Sie interessieren sich
Sich interessieren - Zich interesseren
Präteritum
- ich interessierte mich
- du interessiertest dich
- er/sie/es interessierte sich
- wir interessierten uns
- ihr interessiertet euch
- sie/Sie interessierten sich
Ausleihen - Uitlenen
Präsens
- ich leihe aus
- du leihst aus
- er/sie/es leiht aus
- wir leihen aus
- ihr leiht aus
- sie/Sie leihen aus
Ausleihen - Uitlenen
Perfekt
- ich habe ausgeliehen
- du hast ausgeliehen
- er/sie/es hat ausgeliehen
- wir haben ausgeliehen
- ihr habt ausgeliehen
- sie/Sie haben ausgeliehen
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: In de bibliotheek (Niveau A2)
Deze les richt zich op het oefenen van gesprekken en woordenschat rondom het thema bibliotheek, boeken en auteurs. Je leert hoe je in het Duits kunt praten over het zoeken naar een boek, het bespreken van een gelezen roman of gedicht, en het voeren van een gesprek over sprookjes en schrijvers.
Belangrijke onderwerpen en woordenschat
- Boeken zoeken en lenen: Vragen naar een specifiek boek ("Entschuldigung, haben Sie das Buch ‚Der kleine Prinz‘?") en stellen wie de auteur is ("Wer hat das Buch geschrieben?").
- Boeken bespreken: Je mening geven over gelezen romans en gedichten, bijvoorbeeld "Ich habe gerade ‚Effi Briest‘ gelesen" en zeggen wat je ervan vindt.
- Sprookjes en auteurs: Praten over bekende sprookjes van de gebroeders Grimm en favoriete auteurs, zoals Heinrich Heine.
- Werkwoorden en zinsstructuren: Het gebruik van werkwoorden zoals sich interessieren (zich interesseren) en ausleihen (lenen/uitlenen) in verschillende tijden, waaronder Präsens, Präteritum en Perfekt.
Praktische voorbeelden
Voorbeelden zijn onder andere vragen als "Kann ich das Buch ausleihen?" en zinnen als "Ich interessiere mich sehr für klassische Romane."
Specifieke grammaticale aandachtspunten
- Werkwoordvolgorde: In Duitse ja/nee-vragen komt het werkwoord vooraan, bijvoorbeeld "Kann ich den Roman heute ausleihen?".
- Zelfstandige werkwoorden: Het werkwoord ausleihen is een scheidbaar werkwoord (trennbares Verb), wat invloed heeft op de plaatsing in de zin.
Verschillen tussen Nederlands en Duits
Er zijn enkele belangrijke verschillen waar je op moet letten bij het leren van Duits vanuit het Nederlands. Zo gebruikt het Duits vaak scheidbare werkwoorden, bijvoorbeeld ausleihen (uitlenen), waarbij het voorvoegsel los van het werkwoord kan staan in de zin, afhankelijk van de vorm en tijd. In het Nederlands kennen we dit niet op dezelfde manier.
Ook is de woordvolgorde in het Duits bij vragen en bijzinnen vaak anders dan in het Nederlands. Zo staat het werkwoord in een vraag direct achter het onderwerp, en in bijzinnen aan het einde.
Handige Duitse woorden en uitdrukkingen
- Das Buch – het boek
- der Autor / die Autorin – de auteur (m/v)
- ausleihen – uitlenen / lenen
- sich interessieren für – zich interesseren voor
- der Roman – de roman
- das Märchen – het sprookje
- die Brüder Grimm – de gebroeders Grimm