Brauchen (hebben nodig) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Brauchen (hebben nodig) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Brauchen - Vervoeging van hebben nodig in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, in de aanvoegende wijs (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Brauchen (hebben nodig) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Kochen und Backen (Koken en bakken)

Vervoeging van hebben nodig in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
(ich) brauche ik heb nodig
(du) brauchst jij hebt nodig
(er/sie/es) braucht hij/zij/het heeft nodig
(wir) brauchen wij hebben nodig
(ihr) braucht jullie hebben nodig
(sie) brauchen zij hebben nodig

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands
Ich brauche das Mehl für den Kuchen. Ik heb het meel voor de cake nodig.
Du brauchst ein Ei zum Backen. Jij hebt een ei nodig om te bakken.
Er braucht das Öl zum Kochen. Hij heeft olie nodig om te koken.
Wir brauchen Salz und Zucker jetzt. Wij hebben nu zout en suiker nodig.
Ihr braucht das Rezept für das Fleisch. Jullie hebben het recept voor het vlees nodig.
Sie brauchen Kartoffeln für das Abendbrot. zij hebben aardappelen nodig voor het avondeten