Brauchen (hebben nodig) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Brauchen - Vervoeging van hebben nodig in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, in de aanvoegende wijs (Präsens, indikativ).
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Brauchen (hebben nodig) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Syllabus: Duitse les - Kochen und Backen (Koken en bakken)
Vervoeging van hebben nodig in de tegenwoordige tijd
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) brauche | ik heb nodig |
(du) brauchst | jij hebt nodig |
(er/sie/es) braucht | hij/zij/het heeft nodig |
(wir) brauchen | wij hebben nodig |
(ihr) braucht | jullie hebben nodig |
(sie) brauchen | zij hebben nodig |
Voorbeeldzinnen
Duits | Nederlands |
---|---|
Ich brauche das Mehl für den Kuchen. | Ik heb het meel voor de cake nodig. |
Du brauchst ein Ei zum Backen. | Jij hebt een ei nodig om te bakken. |
Er braucht das Öl zum Kochen. | Hij heeft olie nodig om te koken. |
Wir brauchen Salz und Zucker jetzt. | Wij hebben nu zout en suiker nodig. |
Ihr braucht das Rezept für das Fleisch. | Jullie hebben het recept voor het vlees nodig. |
Sie brauchen Kartoffeln für das Abendbrot. | zij hebben aardappelen nodig voor het avondeten |