Einchecken (inchecken) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Einchecken (inchecken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Einchecken - Verbuiging van inchecken in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Einchecken (inchecken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Im Hotel (Op hotel)

Verbuiging van inchecken in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
(ich) checke ein ik check in
(du) checkst ein jij checkt in
(er/sie/es) checkt ein hij/zij/het checkt in
(wir) checken ein wij checken in
(ihr) checkt ein jullie checken in
(sie) checken ein zij checken in

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands